Ik heb in de vorige eeuw een meesterwerk geschreven dat nooit is gepubliceerd. “Dozijntje Dreumes’ heet de bundel en gaat over mijn zoon Tim van 1 jaar oud. Mijn tweede boreling, Bob, zit dan nog in de buks en is een project in uitvoering. Ik schrijf de verhaaltjes onder het pseudoniem M. Die initiaal gebruikte mijn moeder als ze een briefje voor ons achterliet: “Vijf uur thuis!” M. Mijn moeder was een vrouw van weinig woorden.

Mijn feminiene geschrijf is een noodgreep. Ik wil columnist(e) worden. Als man lukt me het niet maar als vrouw kom ik heel kort aan de bak bij het feministische maandblad Opzij, zoals ik al 23 keer eerder heb opgebiecht. Mijn genderbedrog werkt niet, want ik ben linksdragendIk wurm me bij Viva naar binnen. Dat is op dat moment hét aller hipste weekblad voor de jongere vrouw. Emancipatie, werk en seks staan in het tijdschrift centraal. Een kolfje naar mijn hand. Ik ben een slimme geit die op haar toekomst is voorbereid.

De aanvankelijk geïnteresseerde hoofdredacteur trapt er toch niet in. De hele gender discussie staat nog in de kinderschoenen. Daar sta ik dan met mijn verhaaltjes. Ik vind de bundel terug op zolder en begin de juweeltjes te lezen. Het is een bizar tijdsbeeld. Ik sla steil achterover van mijn ‘feministische’ finesse. Ik ben gewoon een stoer manwijf. In mijn ‘vrouwenrol’ neem ik mijn ‘man’ (dat ben ik dus zelf, pff) regelmatig in de maling. What’s new? Sommige verhaaltjes hebben een profetische waarde. Neem het vraagstuk: ‘kinderen met obesitas’ dat in een rapport van Unicef weer op de kaart is gezet. Wat blijkt? Bijna een op de tien kinderen tussen de 5 en 19 jaar is veel te dik en loopt een groot risico op ernstige gezondheidsproblemen. 

Voor mij is het nauwelijks nieuws, want in de column ‘Vermageren’, die 35 jaar geleden door mijn vrouwelijke alter ego Josephineke wordt geschreven, lees ik precies hetzelfde verhaal. In die periode loop ik erbij als een opgeblazen kamerolifantje en strijd ik, net als veel jonge kinderen, tegen overgewicht. De geschiedenis herhaalt zich weer. Leest en huivert!

VERMAGEREN

“Mijn levenspartner volgt een vermageringskuur. De zoveelste. Dat is hard nodig. Zwaarlijvig sluipt hij de afgelopen maanden lusteloos door het pand. Regelmatig vind ik hem mistroostig voor de manshoge spiegel, terwijl hij een forse kwab buikspek tussen zijn vingers klemt. Het is de leeftijd kreunt hij zwaarmoedig. Afvallen gaat steeds moeilijker. De lasten van het nieuwbakken vaderschap rusten ook zwaar op zijn schouders. Ach gossie!

De kuur heeft geholpen. Kilo’s vet zijn verdwenen. Hij stapt weer veerkrachtiger door het leven. Tegen iedereen steekt hij de loftrompet over het gevolgde dieet. We worden er tureluurs van en hopen dat hij snel weer vette gefrituurde gehaktstaven met mayonaise gaat eten bij tankstations. Elke week propt hij meerdere meters van die vleesdrollen in zijn melik. Maar nu even niet.

Soms zie ik hem verward voor de box van onze zoon zitten. Hij steekt zijn handen door de spijlen en laat zijn vingers onderzoekend over het blubberende baby-vet glijden. Tim kijkt hem met zijn staalblauwe ogen stoïcijns aan en laat hem begaan. “Gaat dat wel goed zo?” vraagt manlief me. Nu hij zelf bevrijd lijkt te zijn van z’n overtollige kilo’s, wordt hij met de dag bezorgder over het vetpercentage van onze zoon. “Wist je dat kinderen echt véél te dik zijn. Je leest het overal!” filosofeert hij streng. Het klinkt bijna verwijtend. “Dat vet vliegt er wel af als hij gaat lopen, joh!” stel ik hem gerust. Weet ik veel. “Oh?” antwoordt hij en staart glazig voor zich uit. Je ziet hem inwendig de balans opmaken van zijn eigen martelgang de afgelopen maanden. Lopen lijkt zo makkelijk. 

Maar het thema laat me gelijk niet meer los, want ik ben een geboren tobber. Opeens zie ik overal moddervette peuters om me heen dartelen. Heeft hij gelijk? Stel nu eens dat… Ik denk direct aan Marlies. Niemand wilde naast haar zitten in de schoolbanken. Daar was ook geen ruimte voor. Die arme meid woog tweehonderdtwaalf kilo. Tenminste dat dachten we. We noemden haar heimelijk het zwangere nijlpaardje. Kinderen kunnen zo ontzettend wreed zijn. Haar ouders waren rijk en lieten haar elke dag met een grote zwarte auto naar school brengen. Verder lieten ze haar maar aanmodderen.

Niet alle dikkerds zijn vrolijk. Marlies propte in de pauze nukkig kilo´s Marsen, Nutsen en Bounty´s in haar weke mond. Ze leek er niet eens van te genieten. Ze keek er in ieder geval bij alsof ze gestolde brokken schapenstront zat weg te werken. Kwijlend keken mijn vriendinnen en ik toe. Alleen tijdens de gymnastiekles was er een zekere genoegdoening. Marlies hijgde bij elke oefening als een defect stoomgemaal en kwam met geen mogelijkheid omhoog in de touwen. “Hij is prima op gewicht hoor!” zegt de dokter en klapt mijn zoon op zijn mollige rug. Vanavond eten we speklappen.”

JOSEPHINEKE VAN DEURZEN