SCENES UIT EEN HUWELIJK NR,15

Ooit viel ik in katzwijm voor haar lieve lach. Die toverde ik op haar gezicht uit het niets met één witz. Het was een briljante grap. Blond plaste bijna in haar broek. Bingo. Bij elke lachsalvo klapte haar lichaam dicht als een oester. In die voorovergebogen houding bleef het vervolgens akelig stil. De eerste keer dat het gebeurde dacht ik dat ze erin gebleven was. Pas toen die oester weer openklapte volgde de krijsende gil van het lachen. Het was alsof er een defecte brandweersirene afging. Nietsvermoedende passagiers in de tram kregen bijna een rolberoerte van schrik. Sommige handen vlogen in de richting van de noodrem. Het liep goed af.  

In haar opengesperde mondholte zag ik een nanoseconde haar huig heen en weer zwiepen. Vliegensvlug sloeg ze de hand voor haar mond. Dat had een reden. Tussen haar voortanden zat een minuscuul spleetje. De grapjas in mij wilde eerst dít zinnetje opschrijven: ‘Ze had een spleet tussen haar voortanden zo groot als morgen de hele dag. Daar kon je een fatbike in parkeren.’ 

Maar niets is minder waar. Dat spleetje was te verwaarlozen. In die vorm behoorde het zelfs tot één van de 7 schoonheden van de vrouw. Ik vond het heel charmant, maar Blond schaamde zich rot. Elke keer bedekte ze haar mond tijdens het lachen. Maar hoe gek het ook klinkt, zelfs dát vond ik aandoenlijk en aantrekkelijk. Jazeker, liefde is blind. Ik houd wel van zo’n kleine afwijking die de symmetrie in het gezicht verstoort. Ik heb natuurlijk zelf makkelijk praten, want ik heb een kop als een kababibal.  

Ik heb ook een zwak voor vrouwen met een licht loensend oog. Ik heb het dan niet over de Marty Feldman-variant. Bij hem schoten zijn kologen alle kanten op. Dat was bijna beangstigend. Nee, ik denk eerder aan Kate Moss of Paris Hilton, bij wie het linker-en rechteroog nèt even in een andere richting kijken. Prachtig! Maar dat terzijde.

Terug naar het geheim van de lach. Wetenschappers hebben er bijbels over vol geschreven. De biologen noemen het een primitieve vorm van ‘sociale lijm’. Chimpansees laten hun tanden zien om sterkere apen te tonen dat ze geen bedreiging vormen. Het wordt ook wel een ‘angstgrimas’ genoemd. Misschien is onze lach ook wel zo’n evolutionair gebaar ter bescherming van lijf en leden. Ik vind het eerlijk gezegd ver gezocht. Volgens mij is de mens de enige diersoort die om zichzelf kán lachen. Ondanks al onze tekortkomingen en rare gewoontes is het misschien zelfs wel ons allergrootste talent? Wie zal het zeggen? 

Ik weet één ding. Toen ik Blond dertig jaar later tegenkwam sloeg de vonk gelijk weer over. De lachbuien zijn daarna niet meer gestopt, Het spleetje tussen haar tanden was inmiddels wel verdwenen. Dit keer keek ik naar een perfecte glimlach…

Lachen, we zouden het eigenlijk veel meer en vaker moeten doen. Het ontspant en lucht op. Vorige week sprintte ik door de Appie om een vermogen uit te geven voor drie simpele boodschappen. Ik liep langs een hoogblond manneke van een jaar of drie dat met zijn mollige beentjes in het voorste frame van een winkelwagentje was gepropt. Het karretje werd voortgeduwd door zijn vermoeide moeder. Als prins carnaval zat het ventje vrolijk naar iedereen te zwaaien. 

Opeens hoorde ik hem gillen van het lachen. Ik keek om en zag dat zijn moeder een grote fles sambal oelek uit haar fikken had laten flikkeren. De fles lag in scherven op de tegels. Overal lagen bloedrode plasjes sambal op de grond. De kleine boender vond dat blijkbaar zo geestig dat hij er de slappe lach van kreeg. De tranen stroomden over z’n wangen. Nu zul je denken, een lach is een lach. Twee mondhoekjes die omhoog worden getrokken. Twee rijtjes minuscule melktandjes die zichtbaar worden. Niks nieuws onder de zon. Maar dit was toch echt anders. Het mannetje produceerde een serie gierende ademstoten in de buitencategorie. Hij ging volledig uit zijn dak.

Zijn lol werkte aanstekelijk. Zelfs zijn moeder, die op haar knieën de rode smurrie bij elkaar probeerde te vegen, begon mee te brullen. Een sympathieke Oekraïense vakkenvuller hield het niet meer droog. Ik ook niet. Binnen een paar minuten stond een groep wildvreemde volwassenen rond de scherven van een fles sambal te schuddebuiken. Het duurde niet lang, maar o, wat een heerlijke catharsis was dat. Heel even was het universum vederlicht. 

JAAP VAN DEURZEN