Het is donderochtend rond tien uur. De zon schijnt meedogenloos uit een strakblauwe hemel. Blond en haar vriendin besluiten om naar Bussum te fietsen. Ze zijn van plan om daar alle winkeltjes met tweedehands kleding af te struinen. Onderweg pakken ze een paar terrasjes. Daarna eten ze iets vegetarisch bij de lachende Libanees. Komt goed.
“Ik ga morgen niet koken, hoor’, dreigt Blond de avond ervoor. Die komt binnen. “Hoezo niet, meisje? Moet de heer des huizes wéér gaan zitten hongeren? Dat hoef ik natuurlijk niet te pikken,” brom ik quasi boos met zo’n pathetische stentorstem uit het amateurtoneel.
“Het is goed met je Japio, toedeloe. Jij kunt makkelijk een maaltijd overslaan. Heb je al naar die pens van je gekeken? Weet je zeker dat het Guinness 0.0 was dat je in Ierland naar binnen hebt staan gieten?” vraagt Blond met opengesperde ogen. De gespeelde verontwaardiging is voor de bühne. We beschieten elkaar met losse flodders. Niks aan de hand.
Ze kookt elke dag, maar nu even niet. Prima. Ik stel voor om sashimi voor mij en een tonijnsteak voor haar te kopen. “Dan zal ik vast een paar aardappelen schillen en voor je koken. Die kun je dan bakken als je thuiskomt. Doen we er een slaatje bij, is dat een idee?” kwijl ik klef. “Leef je uit, jochie, jij bent vandaag de chef-kok,” zegt ze cynisch en belt haar vriendin. Ze zet haar iPhone op de speakerstand. Vanuit mijn leren leunstoel hoor ik misschien wel de meest bizarre conversatie van het jaar:
B: “Hi, gaan we nog fietsen?”
N: “Ja, natuurlijk, ik sta op het punt om weg te rijden.”
B: “Oké. Gezellig. Wat trek jij aan?”
N: “Ja, dat sta ik me ook al een kwartier lang af te vragen. Ik dacht aan een legging. Maar die gebruik ik ook in de sportschool. Dat ziet er misschien een beetje té heftig uit. Wat vind jij? Het lijkt dan net alsof we aan het sporten zijn.”
B: “Dat doen we toch ook? Dat was de bedoeling.”
N: “Ja, dat wel, maar niet zo opvallend. We gaan toch ook eten? Wat doe jij aan dan?”
B: “Ik trek die zwarte rok aan met die witte ballen. Die vind ik lekker zitten. Ik heb hem net uit mijn ‘nostalgiedoos’ gehaald. Dat ding is dertig jaar oud. Die heb ik nog bij de Turk laten repareren. Die rok viel bijna van ellende uit elkaar. Je kent me, hè, ik gooi niks weg.”
N: “Nee, weet ik. Bij mij hangen de kasten propvol. Maar dat maakt het er niet makkelijker op hoor, kan ik je vertellen.
B: Ik doe dat rode truitje erbij aan. Dat ken je toch wel? Dat droeg ik toen jij vijftig werd, op dat schip op het IJsselmeer, weet je nog?”
N: “Oh, dat korte ding met die felle, rooie kleur. Ja, dat staat je goed. Past dat truitje dan nog?”
B: “Ja, ik moet me er alleen wel in persen, maar het gaat nét.”
N: “Ik kan natuurlijk ook gewoon een linnen broek aandoen?
B: “Op de fiets?’
N: “Ja, waar dacht jij anders op?”
B: “Ik krijg altijd van die knieën in linnen.”
N: “Wat voor knieën?”
B:” Fietsknieën.” Dat je broek op die plek zo gaat lubberen, weet je wel? Het lijkt dan net zo’n Turkse drollenvanger.”
N: “Nee, ik weet echt niet wat je bedoelt. Maar goed, zal ik dan ook maar gewoon een rokje aantrekken? Met een legging eronder?’
B: “Welke legging?”
N: “Die zwarte.”
B: Ja, hallo, je hebt drie zwarte leggingen liggen. Ik weet toch niet welke?”
N: “Klopt, maar ik bedoel die mooie. Met dat zilveren randje aan de zijkant.”
B: “Zilveren randje? Oh, die? Ja, dát kan zeker. Dat vind ik zelfs wel sjiek en ook nog beetje sportief. Dat randje maakt écht het verschil. Gek is dat, hè? Ik heb me destijds rot gezocht of ik er ook één kon vinden, maar dat is niet gelukt. Stuur even een selfie.”
N: “Blijft het droog vandaag?”
B: “Voor zover ik weet wel. Ik zie op de app in ieder geval geen buien of zo. Maar daar kun je tegenwoordig ook geen gif meer op innemen. De ene site zegt dit, de andere site zegt dat. Ik stap nu op de fiets. Oké?”
N: Goed, zie ik je zo!
Blond draait zich om en kijkt me onderzoekend aan en zegt: “Kont, je mond staat wagenwijd open. Gaat het wel een beetje met je? Ik ga! Tot straks, hè?!”
Buiten hoor ik het ijle gepiep van de eksterjongen in hun nest in de boom tegenover ons balkon. In de gracht klinkt de wellustige lokroep van de Amerikaanse brulkikker. De zomer is bijna begonnen.
JAAP VAN DEURZEN
Nu in de boekwinkel en online.