We zijn los. Het WK-voetbalcircus is begonnen. Ik ga wat feitjes oplepelen. Daar zit u zeker op te wachten. Ruim vijf weken lang wordt onze kosmos versmald tot een rechthoekige grasmat met een oppervlakte van 7140 vierkante meter. Daarop trappen 22, over het algemeen puissant rijke, mannen tegen een synthetische bal met een omtrek van 79 centimeter en een gewicht van nog geen halve kilo. De afgetrainde miljonairs doen er alles aan om de bal in het doel van de tegenstander te laten landen. Of dat nu gaat via het hoofd, de knie, dij, voet, wreef of neus, maakt geen bal uit. Zolang je je handjes maar thuishoudt. Die goal is exact 7,32 meter breed en 2.44 meter hoog. U bent weer bijgepraat. Voorwaarts!
Ik ben een voetballiefhebber, maar geen fanaat. Van mij mag de beste winnen. Toch is het een beetje ‘code oranje’ in mijn kop. Ik zal straks waarschijnlijk als een malloot midden in de nacht naar het geploeter van onze ‘jongens’ kijken. Zeker omdat we mogelijk ‘een kans maken!’ Na al die belabberde oefenwedstrijden heb ik daar wel mijn twijfels over. Die potjes hadden wat weg van het pupillenvoetbal van ‘FC Bal op Dak’ uit Scharnegoutum. Een Zweedse verslaggever zei tegen het RTL Nieuws: “Dit Nederland speelt als oploskoffie smaakt: technisch correct, emotioneel leeg. Balbezit zonder doel. Beweging zonder dreiging. Duizend keurige kleine zijwaartse passes die nergens toe leiden.” Geef deze man een Nobelprijs voor sportverslaggeving. Wat een briljante analyse. Laten we hopen dat hij ongelijk krijgt.
Maar goed, gezelligheid kent geen tijd. Gezamenlijk voetbal kijken brengt dierbare herinneringen bij mij boven. Het lijkt lichtjaren geleden, maar ik zie Rotterdamse Mien nog haarscherp voor me. Mien was een monument. Alles was groot, zacht en zwaar aan haar. Ze had dikke armen en bolle borsten die bh-loos in wijdvallende bloemenjurken bungelden. Ze rook naar groene zeep. Ik kan het weten want om de haverklap drukte ze me teder tegen dat lichaam aan. “Ach, Japie toch”, baste ze dan in mijn oor na mijn zoveelste ziekbed. Ik was vroeger een ventje met zwakke longetjes. “Da’s geen blijvertje,” fluisterde ze tegen haar man Kees met een stentorstem die in Brielle te horen was.
De twee waren kinderloos en hadden het goed. Tenminste, dat vermoedde ik, want ze kochten als eersten een grote buizen-tv van Philips. Op woensdagmiddag keken alle buurtkinderen bij Mien tijdens het ‘kinderuurtje’ naar tv-iconen als Pipo en Dappere Dodo. Bij belangrijke wedstrijden kwamen de arbeiders uit de buurt bij haar voetbal kijken. Het waren bonkige mannen met tattoos op hun armen en brillantine in het haar. Ze roken naar Fresh Up en dronken bier uit halve literflessen. De meesten hadden sjekkies in hun mond. De kamer stond blauw van de rook. Niet zelden lieten de peukjes witte stukjes vloei achter op hun lip.
Ik zie Mien nog ploeteren met dat dienblad vol bierflessen. Ze had een probleem. Door het beeld lopen tijdens een voetbalwedstrijd stond gelijk aan hari kiri. Het was Miens missie om tegelijkertijd dienstbaar en onzichtbaar te zijn. Probeer dat maar eens met zo’n lichaam. Ze verzon een list. Ze zeeg op haar knieën en duwde het dienblad voor zich uit over het parket. Haar machtige bebloemde billen zeilden elke keer als een veerpont boven de rand van de salontafel voorbij. De punt van haar derrière bleef net onder het tv-scherm. “Daar komt de Titanic, jongens!” grapte Kees. Uit het niets verscheen Miens’ hand die de bierflessen op tafel zette. Daarna schuifelde ze als een menselijke anaconda weer terug de kamer in. De mannen klapten enthousiast.
Hun echtgenotes zaten ondertussen te klessebessen met glaasjes tergend trage Zwarte Kip-advocaat of Coebergh Classic bessen likeur. Voetbal was niet aan hen besteed. Maar die tijd is voorbij. Want ook de dames zijn om en ballen nu zelf heel verdienstelijk. Sterker nog, voetbal is de snelst groeiende sport onder vrouwen. Tijdens het WK in Qatar in 2022 schreef ik nog ietwat cynisch:
‘Natuurlijk zullen er altijd zure, azijn pissende kereltjes zijn die beweren dat vrouwenvoetbal vergelijkbaar is met de Formule 1 maar dan met trapskelters. Of zo’n linkmichel die beweert dat blaasvoetbal technischer is dan wat de voetbalvrouwen op de grasmat presteren. ‘
Bromsnor Johan Derksen maakte het nog bonter toen hij zijn oordeel velde over vrouwelijke voetbalanalisten: “Vroeger lazen ze de Libelle en zaten ze te breien. Nu praten ze over niks anders dan de ‘restverdediging’ ‘vroeg druk zetten’ en ‘je middenveld kort houden’. Wat een gelul.” Kinnesinne natuurlijk want er is geen speld tussen te krijgen. De vrouwen hebben een inhaalslag gemaakt en weten donders goed hoe de hazen lopen.
Mien zou het prachtig gevonden hebben. Ze heeft het helaas niet meer meegemaakt want ze stierf relatief jong. Ik breng bij deze een ode aan alle lieve, onmisbare Mienen. Ze maakten ons leven mooier. Hup Holland hup!
JAAP VAN DEURZEN