Mijn eerste ontmoeting met Bob-Stop is een flop. Ik breek bijna mijn nek als ik over hem struikel in de bijkeuken. Ik knal languit tegen de grond en staar in de licht loensende ogen van de nieuwe deurstopper. De genderneutrale, polyester pop, die ook Bea had kunnen heten, heeft het uiterlijk van een schaap. Het met zandkorrels gevulde onding is door Blond in een lichtzinnige bui gekocht. Bob-Stop moet de deur op een kier houden als het onverhoopt weer warm weer wordt.
Blond had online ook kunnen kiezen voor een kekke pinguïn met een oranje neus en een sjaaltje om z’n synthetische strot. Maar ze koos voor deze schele loser. Daar heeft ze een zwak voor. Ik leef ook alweer bijna een kwart eeuw met haar samen.
Het labeltje op Bobs’ rug vermeldt dat hij in opdracht van Frank Flechtwaren is gefabriceerd. Het Duitse bedrijf verkoopt ook kussenslopen met de afbeelding van ‘Herr Igel’. Dat is een goedlachs egeltje in een smaakvol giletje. Ik vraag me af of Duitse Frankie zijn klanten wel voor vol aanziet. Want ook de stier ‘Sir Angus’ behoort tot zijn stal. Het beest is in een middeleeuws uniform gekleed, inclusief witte cravate. Bent u er nog?
In eerste instantie wil ik Bob-Stop bij zijn kladden grijpen en hem ritueel verbranden. Maar ik moet eerst op zoek naar een pleister voor mijn bloedende knie. Dat is in huize Van Deurzen nog een hele expeditie. Als het na een half uur is gelukt ben ik weer gekalmeerd. Mijn bizarre relatie met Bob-Stop begint…
Soms logeert Blond uit pure nostalgie een paar dagen in Rotterdam. In Weesp gaat dan de virtuele vlag uit. Joepie de poepie! Ik kan doen en laten wat ik wil! Die euforie is razendsnel voorbij, want ik doe áltijd al waar ik zin in heb. (© Blond) Direct bekruipt me een gevoel van gemis als ik het wegstervende geluid van haar tikkende hakken hoor. Er valt een bijna tastbare stilte, die ik alleen kan doorbreken met muziek. Uit de boxen schalt het kenmerkende stemgeluid van Huub van der Lubbe: ‘Een man weet niet wat hij mist, als ze er niet is…’
Enter: Bob-Stop. Ik heb hem aan zijn flaporen omhooggetrokken en pontificaal voor me op de eettafel gezet. Niet om met hem te gaan babbelen over de mensonterende situatie in de Gazastrook of op de Westbank. Ik ga het ook niet hebben over de oorlog in Oekraïne of het ontslag van FIFA-flapdrol Infantilo.
Ik zeg alleen: “Kom maar lekker bij me zitten, ouwe dibbes.” Het leuke van een deurstopper is dat ie nooit wat terugzegt. Gelukkig maar, want anders had ik écht een probleem gehad. Voor de zekerheid tik ik in de zoekbalk: ‘Waarom spreken volwassen mensen met een pop?’ Ik kom erachter dat ik niet de enige ben die dat doet. Hele volksstammen zitten met zielloze poppen te praten. Ik ben dus nog niet helemaal knettergek. Pfff.
Ik kom ook vreemde fenomenen tegen, zoals rubberducking: ‘In de IT-wereld praten programmeurs tegen een bad-eendje als ze een akkefietje met hun code hebben. Door het probleem hardop aan een object uit te leggen, ontdekken ze vaak zélf de fout.’ Tijdens rouwverwerking kan het sommige mensen helpen om hun emoties te uiten tegen een pop. Terwijl ik zo zit te filosoferen gaat opeens de kamerdeur open.
Enter: Blond. Het uitstapje naar Rotterdam is korter uitgevallen dan gepland. Nog voor ze het eetkamergedeelte inloopt, roept ze enthousiast: “Wie hebben we op bezoek?” En dan ziet ze me met Bob-Stop aan tafel zitten. Haar mond valt wagenwijd open en ze stottert: “Ik hoorde mensen praten, dus ik dacht dat we gasten hadden…Zit jij nou tegen die pop te praten? Gaat het wel goed met je?” Ze aait heel voorzichtig over mijn bol zoals je doet bij verwaarloosde straathonden van wie je niet weet of ze zullen bijten. Haar spiedende blik gaat door de kamer om te zien of er nog lege borrelglazen rondslingeren.
“Ik ben een verhaaltje over Bob-Stop aan het schrijven” verklap ik betrapt. “Dat zat ik hardop voor te lezen, vandaar. Ik had alleen nog geen goed eind. Maar daar heb jij nu voor gezorgd. Ik schrijf het even op, anders ben ik het kwijt.” Terwijl ik deze woorden tik, staart ze me met grote ogen aan. Ze twijfelt zichtbaar aan mijn verstandelijke vermogens en vraagt: “Wie is Bob-Stop?” “Hij!” fluister ik en wijs naar het kunststof schaap. Bob is naar één kant gezakt en zit er met dat schele oog bij als een lens geslagen bokser.
“Wat moet je in vredesnaam over een deurstopper schrijven?” blaat Blond. “Nou, dat zal je nog verbazen, ” jubel ik triomfantelijk. “Daar kun je écht een boom over opzetten, hoor! Lees het stukje maar even, dan schenk ík vast een wijntje in. Wat gezellig dat je er weer bent!”
JAAP VAN DEURZEN