SCENES UIT EEN HUWELIJK NR. 14

Dit wordt een knusse kerstvertelling. Dat mag wel een keertje. Toch? Het is tegelijkertijd een onzinnige kroniek over de tragiek van het huwelijksleven. Ik ben u natuurlijk ook nog het allerlaatste deel van mijn medische thriller schuldig: ‘Blonds’ gebroken botje!’ Alle perikelen rond het pellen van een gekookt ei komen ook aan bod. Want dat is bijna niet te doen met een arm in een mitella. Eerst het goede nieuws:

Blond is na twee maanden als een feniks uit de as herrezen. Haar gebroken sleutelbeen is geheeld. Ze doet nog net geen handstandje. De keukenkoningin huppelt weer dartel door het pand en rammelt met de pannen. Ze is zó blij. Er is een eind gekomen aan mijn corvee!

Wekenlang heeft ze met de gekneusde kop van een prijsvechter door het huis gestrompeld. Bij een ‘verkeerde’ beweging staat haar schouder onder ‘stroom’. Paracetamol producenten hangen de slingers op. Blond is een grootafnemer en houdt de farmaceutische industrie solo op de been. We gaan even terug in de tijd voor een paar hoogtepunten.

“Het is een ‘mooie’ breuk,” hoor ik de chirurg nog zeggen. “Er is niks moois aan!” blèrt Blond boos en vraagt: “Moet daar geen stang in?” Het klinkt alsof ze het heeft over een gammele HSL-spoorbrug. De specialist doet z’n best om niet in lachen uit te barsten en zegt: “Nee, daar gaan we geen ‘stang’ in zetten. Dat bot zit over acht weken gewoon weer aan elkaar.” Daarna rollen de tranen van het lachen alsnog over zijn wangen: “Sorry, mevrouw, ik lach u echt niet uit, maar u zegt het zó mooi: Een stang! Whoaa!” Ook een verpleegster moet bijna aan de beademing en staat te schuddebuiken. Blond ziet er de lol niet van in en kijkt mij van opzij aan. Wee je gebeente. Ik speel de onschuld zelve en staar met bolle ogen gebiologeerd naar een foto van een oud paard aan de muur.

Blond is verzot op een eitje bij het ontbijt, maar ze kan het tijdens haar lijdensweg niet zelf koken of pellen. Dat doe ik. Een expert in het koken van eieren is ze sowieso nooit geweest. Ze gooit ze in een pan met ijskoud water en brengt dat aan de kook. Zodra het water borrelt begint ze af te tellen. Drie minuten voor mijn ei, vijf minuten voor het hare. Maar dan hoor ik steevast het onverbiddelijke pingeltje op haar mobiele telefoon. Het Whatsapp-bericht móet direct gelezen en beantwoord worden. Het water borrelt door. Mijn ei komt er geheid uit als een keiharde kanonskogel. “Ik heb even niet opgelet” is haar vaste mantra. Ik pak het anders aan. Eerst kook ik het water en pleur dan pas die eieren erin. Daarna houd ik nauwkeurig de tijd bij. Appeltje, eitje. 

Sinds haar herstel ben ik wel gestopt met het pellen van haar eieren. Ik ben gekke Gerritje niet. Maar daar was ze wél aan gewend geraakt. De meeste eieren die we bij de Appie kopen zijn wit en wat wil nu het geval? Blond schijnt ‘opeens’ moeite te hebben met het pellen van witte eieren. Telkens laat ze restjes schil op het ei achter, want ze is kippig aan het worden… beweert ze. Om de haverklap zit ze met een mond vol kippenkalk. “Vanaf nu wil ik alleen maar bruine eieren,” brult ze strijdbaar. “Waarom zijn die eigenlijk nergens meer te koop? En waarom wordt het ene ei wit en het andere ei bruin? Jij bent hier de journalist, zoek het eens uit, Bob Woodward!

Dat had ik natuurlijk allang gedaan en ik doceer dociel: “De kleur van een ei zit hem in de kleur van de kip die hem legt. Ik heb het dan niet over de veren, maar over de kleur van haar oorlelletje. Een kip met een rood lelletje legt een bruin ei en een kip met een witte lel legt een wit ei. Leuk weetje, hè?”

Blond kijkt me aan alsof ik in tongen spreek. Opeens proest ze het uit van het lachen en sproeit een mondvol fijn gemalen ei in mijn gezicht. Het eigeel druipt van mijn oorlelletje. Ik zie eruit als Klukkluk, de onhandige indiaan uit de roemruchte kinderserie Pipo de Clown.

Met verstikte stem maak ik mijn college af: “Weet je dat een wit ei veel goedkoper is dan een bruin ei? Dat scheelt soms de helft. Zo’n kip met een witte oorlel heeft veel minder voer nodig dan eentje met rooie lellen. Minder voer betekent ook minder grondstoffen. Witte eieren zijn dus hartstikke goed voor het milieu, hoezee!” 

Blond strompelt met gekruiste benen naar het toilet. Ik hoor haar op de po krijsen van het lachen. Het is, na alle ellende van de afgelopen maanden, zó heerlijk om te horen. Jingle bells! Jingle bells! We stellen gelijk een kippen-convenant op. Als we voortaan witte eieren eten beloof ik om háár eitje eerst te pellen, want liefde is…

JAAP VAN DEURZEN