Jaap van Deurzen

SPREKER /  MEDIATRAINER /  DAGVOORZITTER.

AARDAPPEL & ETERS

aug 14, 2022

Ik leef samen met een pieper-junky! Ik heb zelden een vrouw gezien die zoveel aardappelen eet als Blond. Het wicht is tien turven hoog! Alleen mijn vader at er meer, maar die werkte jarenlang als kolenschepper in de Rotterdamse elektriciteitscentrale. Blond slingert af en toe een stofzuiger door het pand. 

Sorry hè, het is komkommertijd. Mijn vaders favoriet was het kruimige Bintje. Mijn moeder kookte die totaal aan gort, evenals de groente die ze erbij serveerde. Alles werd tot één grote brei geprakt en verzopen in vette jus. Vervolgens deed mijn vader zijn rechterhand in zijn broekzak en schepte linkshandig anderhalve kilo slappe pieperprut met kapot gekookte groenten en gebakken speklappen naar binnen. Daarna boerde hij, klapte zijn privéfauteuil open, zette de buizentelevisie aan en viel in slaap. Tot zover de huiselijke nostalgie.  

Bij Blond komt er geen Bintje binnen. Haar favoriete aardappel is de ‘Opperdoezer Ronde’. Dat is de meest onooglijke van alle nachtschades ter wereld. Het lijkt alsof de schepper in een balorige bui met een hagelluchtbuks op die aardappel heeft staan schieten. De gebochelde pieper zit vol met pitten. Het is de Quasimodo onder de vastkokers. Maar net als in het verhaal van de ‘Klokkenluider van de Notre Dame’ wordt het gebrek aan uiterlijke schoonheid gecompenseerd door een mooi innerlijk. Opperdoezers zijn een delicatesse en hebben een Beschermde Oorsprongsbenaming. 

Dat betekent dat ze alleen binnen een specifiek geografisch gebied mogen worden geteeld. ‘Oh’, zegt Blond onverschillig. ‘Ik vind ze gewoon lekker.’ Elke dag schept ze haar bord barstensvol. Nog even en ik moet een extra hypotheek nemen.

Ik moet altijd denken aan het beroemde schilderij van Vincent van Gogh: “De Aardappeleters’. Vijf armoedzaaiers zitten in een bedompte boerenkamer rond een simpele houten tafel. Daarboven flakkert een olielampje. Op tafel staat een flinke schaal met aardappels waar een man en een vrouw lusteloos in zitten te prikken. Een wat oudere boerin schenkt vier kopjes vol met een zwarte vloeistof. De man naast haar houdt zijn beker omhoog ten teken dat hij ook een bakkie wil. We zien een kind op de rug. Het zijn geen lachebekjes. Thuis aan tafel probeer ik me Blond voor te stellen met zo’n witte muts op haar hoofd en zo’n doffe, hunkerende hongerblik in haar ogen. Maar daar kan ik waarschijnlijk lang op wachten, want haar wangen staan alweer bol van de pret-piepers.

Geïnspireerd door Van Goghs meesterwerk besluiten we om op bedevaart te gaan naar het dorpje Opperdoes onder de rook van Medemblik in Noord-Holland. Hier ligt de bakermat van de ‘Opperdoezer Ronde’, die ook aan de deur wordt verkocht. 

We stappen een grote schuur binnen en worden verwelkomd door een kromgetrokken boertje van buuten met een streepjeshemd en bretels. Hij heeft helblauwe ogen en een loszittend, spierwit kunstgebit. Blond noemt me tegenwoordig ‘Jaap Vraag’, want ik wil alles weten over de Opperdoezer. De boer begint en houdt nooit meer op. We stuiten gelijk op een duister complot. Mijn journalistieke bloed begint te borrelen. De boer leunt samenzweerderig over de toonbank, kijkt om zich heen en fluistert: “Weet u dat die Opperdoezers die ze in de supermarkten verkopen geen échte Opperdoezers zijn’? Voor het effect laat hij even een korte stilte vallen om de verschrikkelijke boodschap in te laten dalen.

‘Pardon?’ vraag ik geschrokken, want Blond heeft nu ook de oren gespitst. Ze haat nep­producten. ‘Die naam is toch beschermd?’ zeg ik wanhopig, want ik heb geen zin om straks voor Blonds hongerklap elke keer naar Opperdoes te rijden. De boer trekt een vies gezicht en zegt: ‘Was het maar waar, die supermarktknollen worden geteeld in Wieringermeer, meneer.’ Hij spreekt de naam uit alsof hij het heeft over de gecorrumpeerde binnenlanden van Centraal Afrika. ‘In Opperdoes hebben we drie hectaren, de heren dáár hebben er zeven,’ zegt hij en wrijft zijn duim en wijsvinger tegen elkaar. ‘Het gaat allemaal om geld, meneer.’ Liefkozend aait hij over de pokdalige schil van een Opperdoezer. Zijn ogen lopen vol. We zijn hier getuige van een heus polderdrama. ‘Doe maar twintig kilo! schreeuwt Blond opeens hees. Ze rekent af en grist vier zakken weg. Hebben is hebben. Als een aardappeldief gooi ik de zakken in de achterbak. De buit is binnen. Blond gilt: ‘Op huus ȏan!’

JAAP VAN DEURZEN