ALS EEN FENIKS UIT DE AS HERREZEN

Het is zaterdag 23 mei 2026. Het is het jaar van het Vuurpaard. In de Chinese dierenriem staat het paard symbool voor beweging, vrijheid, passie, moed en een sterke wil. Laat dat nou precies de eigenschappen zijn die mij op het lijf zijn geschreven. Dit stukje wordt een herhaling van zetten. Sorry, maar dat moet even. Zeker met het oog op wat er vorig jaar is gebeurd.

Deze oude clown fietst dit jaar wéér met zijn twee prachtige zoons Bob en Tim de ‘Tour de Connemara’ in West-Ierland. Ik peddel dit keer een afstand van 80 kilometer. Als u dit gezever inmiddels zat bent, kunt u hier stoppen. Dat begrijp ik volkomen... Bent u er nog? Wat aardig!

‘Ik ben een volvette oldtimer met een kniegewricht van Duits kwaliteitsstaal. Ik heb de longen van een loops luipaard en het wild bonkende hart van een ‘silverback,’ schrijf ik ooit zelfverzekerd. In die heerlijke Godzilla-stemming reisde ik vorig jaar af naar Ierland om te gaan wielrennen met mijn mannen. Ik kwam bedrogen uit. Opeens stond de Grote Gannef met de hamer voor m’n snufferd. Ik had het niet zo nauw genomen met de geneugten des levens en had blijkbaar een grens bereikt.

Opeens kreeg ik een lichte vorm van boezemfibrillatie. Nooit van gehoord. De hartboezems trekken dan hun eigen plan. Alle centrale commando’s worden genegeerd. Dat heeft gevolgen, want ik hapte op een gegeven moment als een gup op het droge naar lucht. “Come to daddy, Jacobus,” fluisterde Magere Hein in mijn oor. In de reflectie van zijn zeis zag ik een bang ventje. Ik kreeg het advies om het wat rustiger aan te gaan doen, anders… Ik werd nog net geen lid van de ‘blauwe knoop’. U weet wel, die gezandstraalde Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken. Ik heb de raad wél ter harte genomen en ben al een jaar lang een abstinente monnik. Met ‘spinnen’ heb ik de hartspier weer in het gareel gefietst. Eind goed, al goed. Hoezee!

Terug naar Connemara. Ik ben nog onzeker en poep peuken als we aan de eerste trainingsronde beginnen. Er valt een zijdezachte regen die hier ‘Irish Mist’ wordt genoemd. “Het is een doorgaans zachte, bijna verontschuldigende vorm van regen. Zelfs tijdens zijn meest onstuimige buien krijg je het gevoel dat hij je goed behandelt onder de omstandigheden,” schrijft de Ierse journalist William Bulfin. Natuurlijk is dat poëtische lariekoek, want ik ben alsnog zeiknat, maar het klinkt wel goed. Voor de zoveelste keer word ik betoverd door deze ooit zo vervloekte Ierse provincie. “To hell or Connaught” luidde in de zeventiende eeuw de oekaze van de Britse ijzervreter Oliver Cromwell die hordes Ierse katholieken naar dit godvergeten oord verbande.

Connemara is inmiddels in mijn ogen de mooiste landstreek in Europa. Rotweer of niet. Overal staan de bloeiende rododendrons als paarse penseelstreken in het ruige landschap. De bermen zijn bedekt met goudgele brem. Op de verlaten Bogroad wemelt het van de schapen met blauwe en rode stippen op hun kont. Het lijkt alsof ze net terug zijn van een potje paintballen. Ruimte maken om de drie dier minnende Dutchmen te laten passeren doen ze met zichtbare tegenzin. 

De stormwind blaast me bijna van m’n fiets. Waar ben ik aan begonnen? Wat wil ik bewijzen? Mijn tong hangt op mijn navel. M’n hart zit in mijn strot. “Doortrappen idioot!” schreeuw ik tegen mezelf. Hijgend als een paard fiets ik de zoveelste berg op en denk aan de 24-jarige Lisa Egberts. Ze deed mee aan de ‘commandotraining’ in het programma ‘Kamp van Koningsbrugge.’ Ze heeft maar één droom, ze wil het leger in. Maar dat kan niet want ze is doof aan één oor. Toch haalt ze in het tv-programma de eindstreep en zegt: “Om het vol te houden, probeerde ik elk klein ding als een overwinning te zien.” Al fietsend zie ik haar lieve gezicht voor me en doe precies hetzelfde. Elke behaalde top van het oude middelgebergte The Twelve Bens is een geschenk.

Maar het venijn zit in de staart. De weg slingert na 70 kilometer onbarmhartig omhoog naar de turfvelden van Laghtanabba Bog. Alle helpers weg. “What a bitch”, huilt een Ier naast me en stapt af. Ik trap door. Waar haal ik in vredesnaam de lucht vandaan? Ik worstel en kom boven. Jacobus is weer als een feniks uit de as herrezen. Ik kan mijn lol niet op. 

’s Avonds imiteer ik samen met een stomdronken Ier de huil van Chewbacca in de kroeg. Chewbacca is de harige compagnon van Han Solo uit de Star Wars-saga en heeft een merkwaardige manier van converseren. Mijn huig klappert in mijn keel als ik het geluid probeer na te doen. Door al dat gerochel spuit opeens een golfje Guinness 0.0 loodrecht omhoog uit mijn mond. Ik word ter plekke The Dutch Fountain gedoopt. Iedereen klapt dubbel van het lachen. Wat is dit toch een schitterend land met een prachtig volk. 

JAAP VAN DEURZEN