Ik moet u bij monde van vrouwlief Blond hartelijk bedanken voor alle lieve berichten die u haar, via mij, hebt gestuurd. Dat deed u na mijn bloedstollende reportage over haar bijna fatale val in Weesp. Haar fietsbanden gleden onder haar weg toen ze over een berg spekgladde herfstbladeren reed. Ze liep een lichte hersenschudding, schaafwonden en een gebroken sleutelbeen op. Een operatie is niet nodig. Het is een ‘mooie’ breuk die uit zichzelf zal helen. Hoezee!

Ze ziet er niet uit. Ze lijkt op Rocky Bilboa na zijn gevecht over 15 ronden met bokser Apollo Creed. Ik heb het over deel 1 van de 35-delige serie boksfilms van testosteron-gigant Sylvester Stallone. Rocky wordt aan gort geslagen, maar blijft wel op de been. Zo ken ik mijn Blond weer.

Ik heb haar in een uitbundige bui wel eens een bonobo-aapje genoemd. Inmiddels is ze veranderd in een ringstaartmaki. Die halfaapjes hebben net zo’n zwarte ring rond hun ogen als zij nu heeft. Ze heeft een selfie aan haar broers gestuurd. Dat zijn stevige tweelingen die de fysiek hebben van Silverbacks. (We zitten nu toch in de apensfeer). Los van elkaar vroegen ze direct dreigend of ík haar misschien had mishandeld. Zo ja, dan zouden ze even verhaal komen halen. Broer Koos is oud-voetballer van onder andere NAC en scoorde voor die club in 1982 het snelste eredivisiedoelpunt ooit. Die man heeft het hart, de spieren en het temperament van een muskusos. Maar goed, ik dwaal af.

Het regent weer bijnamen in huize Van Deurzen. Als ik haar gekneusde corpus ‘s morgens uit de mand trek geef ik haar voorzichtig een zoentje en roeptoeter opgewekt: “Goeie ’s morgens lieve kreukel-blond!” Ik ben nu eenmaal een geboren positivo. Ik krijg dan geen antwoord, maar als blikken konden doden was ik nu een rottend herfstblad. De rest van de dag noem ik haar wisselend, ‘Prijsvechtertje’ “Boksertje” of ‘Blond en Blauw’. Daar kan ze soms wel om lachen, want ze heeft ondanks alles wel gevoel voor humor. 

Haar bijnamen voor mij zijn overigens op één hand te tellen. Op windstille dagen wil ze me nog wel eens lieftallig Japio of Kont noemen. Die laatste bijnaam verzon ze in den beginne toen ze stiekem mijn afgetrainde, Olympische lichaam bewonderde. Bij windkracht zeven noemt ze me overigens ‘galbak’ , ‘kwal’ , of ‘lubstek’. Meer smaken heeft ze niet. Toch is het thuis altijd gezellig. Mijn god waar gaat dit over?

Natuurlijk herkent elk paar zich na vele jaren samenzijn wel in sommige fragmenten uit dit briljante gedicht van de Duitse schrijver Günter Grass:

HUWELIJK

…Maar wat mij en wat jou interesseert

Raakt ons beiden nog steeds

En steeds op dezelfde plekken

Niet slechts de vraag waar mijn manchetknopen zijn

Wij bewijzen elkaar ook diensten:

Houd die spiegel eens vast,

Een nieuw lamp indraaien,

Ergens iets gaan halen

Of praten tot alles besproken is

Twee zenders die soms gelijktijdig

Op ontvangst zijn ingesteld

Zal ik uitschakelen?

Moeheid maakt niet harmonisch

Wat verlangen wij van elkaar?

….

…In ’t donker kan ik je alles wijsmaken

Uithalen en dan weer breien

Je kunt nooit voorzichtig genoeg zijn

Dankjewel zeggen

Zul je wel oppassen?

Jouw grasperk voor ons huis

Nu ben je weer ironisch 

Toe, lach er toch om

Waarom laat je dat nou niet schieten?

Onze haat is weerbestendig.

Ik heb nu elke dag corvee en slinger regelmatig de zuiger door het pand. Ik haal de boodschappen en reinig het toilet. Ik doe de was en gooi het vuil weg. Ik voel me een soort huishoudelijke Marco Polo die op plekken komt waar hij nog nooit eerder is geweest. Soms slaat de schrik me om het hart. Zo sta ik op een dag opeens oog in oog met onze knoeperd van een wasautomaat. Licht trillend schenk ik dopjes wasmiddel en wasverzachter in de ingewanden van het Duitse monster en stel het wasprogramma in. Elk moment verwacht ik een ontploffing. Maar het klopt écht, een kind kan de was… 

Ik probeer onder het kritisch oog van Blond nu zelfs ook iets eetbaars te maken. Er is één voorwaarde. Ik moet me exact houden aan haar culinaire oekazes. Op sommige momenten heeft ze wel wat weg van de boze, Britse tv-chef Gordon Ramsey: “Minder zout, mafkees! Ik heb verdomme maar twee nieren! Ja, ietsje meer olie en een snuifje tijm. Doe er ook maar een heel klein beetje sambal bij.” “Sambal bij!” schreeuwen we opeens als twee gestoorde Efteling Chinezen. Los van alle poespas komen er wel smakelijke maaltijden op tafel. 

“Goed zo, Japio! Straks kun jij dit allemaal ook zélf,” roept ze elke dag triomfantelijk. Opeens gaan alle alarmbellen af. Het angstzweet breekt me uit. Het zou zomaar kunnen dat Blond de rol van ‘ingebeelde zieke’ blijft spelen. Mijn corvee kan dan tot in lengte van dagen worden opgerekt. Ik heb zo het vermoeden dat zij deze taakverdeling wel prima vindt. Die mitella gaat nooit meer af. We gaan het zien. We gaan nu beginnen aan week twee. De zwellingen zijn iets afgenomen. We gaan moedig voorwaarts. 

JAAP VAN DEURZEN