“Ssschorrrl?” vraagt de hoogzwangere vrouw verlegen aan de Kruidvat-kassière. Tenminste, zo klinkt het in míj́n oren. Ze heeft een lief gezicht en is gekleed in een pikzwarte chador. Naast haar staat een jongetje van een jaar of drie met een prachtige bos krullen. Het is een boendertje in de dop. Ze houdt zijn hand stevig vast. Moeder en zoon hebben zich net door het Kruidvat-doolhof geworsteld. Onderweg hebben ze helaas niet gevonden waar ze voor kwamen. Vandaar die vraag.

De verkoopster van middelbare leeftijd, die gekleed is in een te strak zittende rode polo, staart haar verbaasd aan. “Wat zeg je, lieverd? Ik weet niet wat je bedoelt.” “Ssschorrrl?” slist de vrouw. Het lijkt alsof ze een graat uit haar keel probeert te schrapen. Iemand achter me in de rij fluistert: “Wil ze een snorkel?” Een vrouw antwoordt: “Ik weet het niet. Ik kan het ook niet verstaan, maar het duurt wel lang zo”.

De verkoopster wijst op haar keel en vraagt: “Ben je schor, schat? Wil je zuigtabletjes? Die heb ik, hoor.” Haar hoornen bril glijdt naar het puntje van haar mopsneus die is gaan glimmen van het zweet. Ze heeft een pikzwarte dot haar op het hoofd, die erbij ligt als een donut in de rouw. De rij wachtenden groeit. De kassa naast haar staat erbij als een monument uit vergane jaren. Reikhalzend kijkt ze naar de andere kant van de winkel waar haar collega moet zijn, maar ze ziet haar niet.

Ik sta op plek drie in de rij en heb een voordeelpak Duracell penlite batterijen in mijn hand. Ik zou de vrouwen graag helpen, maar ik heb geen flauw idee wat een “ssschorrrl,” is. Google translate zal hier waarschijnlijk ook geen touw aan vast kunnen knopen. 

Voor me staat een bejaard vrouwtje met een lijdenstrek. Haar blauwgrijze kapsel bestaat uit losse rolletjes. Tussen de gekrulde haarlokjes zie ik witte schilfertjes roos. Ze kijkt angstig om zich heen alsof ze elk moment beroofd kan worden. Ze klemt haar handtasje stijf tegen zich aan. Waarschijnlijk wilde ze even snel een flacon antiroos-shampoo halen, maar afrekenen wordt op deze manier een vierjarenplan. Ze maakt zich zorgen over haar man die thuis zit. Die vergeet geheid zijn medicijnen in te nemen. Het is altijd hetzelfde liedje. Je kunt hem eigenlijk niet meer alleen laten.

Het manneke begint te jengelen en trekt hard aan de hand van zijn moeder. Even overweeg ik om de batterijen op de toonbank te leggen en weg te lopen. Ik heb hier geen zin in. Maar ik ben nieuwsgierig geboren en wil weten wat een ‘ssschorrrl’ is.

De kassière blijft rustig. De tweedaagse cursus ‘omgaan met moeilijke klanten’, à raison van 1250 euro, exclusief btw, begint zijn vruchten af te werpen. Ze legt pathetisch twee handen om haar keel en produceert het geluid van iemand die met zijn nek in een garotte zit. “Doet je keeltje pijn, lief?” piept ze, alsof ze tegen een peuter praat. Het is goed bedoeld.

“Ssschorrrl!” herhaalt het mensje. Ze lijkt in dit stadium bereid om op haar knieën naar Marokko terug te kruipen om het zelf te gaan halen. Ze laat haar zoontje los en gooit wanhopig haar armen in de lucht. Het is het universele gebaar van: ik geef het op. Het jongetje vliegt als een speer de winkel uit. Zijn moeder slaakt een snerpende gil. Ze hobbelt met haar bolle buik achter hem aan en begint op straat te jammeren.

“Wat moest die pinguïn nou?” sist een man in de rij. Het is onfatsoen vermomd als humor. “Dat is gewoon een trucje, hoor. Onder die zwarte baljurk zit een hele grote tas. Die pleuren ze helemaal vol met spullen. Daarna lopen ze met een smoes de winkel uit. Ik heb het zelf gezien bij Opsporing Verzocht,” beweert hij stellig. Sommige klanten staren hem met open mond aan. Anderen knikken en zeggen die uitzending óók gezien te hebben. De conversatie die volgt heeft alle kenmerken van een volksgericht. Het vonnis staat al vast. 

Maar dan gebeurt het. Een chique vrouw met een page kapsel is rood aangelopen van woede en brult tegen de man: “Wat ben jij een enorme kwal om een zwangere vrouw neer te zetten als een ordinaire dief! Waarom? Omdat ze geen Nederlands spreekt? Omdat ze anders gekleed is dan die Miep bij jou thuis? En dan noem je haar ook nog een pinguïn!? Je moet je schamen!” 

Een rel is in de maak. De zwaar zwetende Kruidvat-medewerkster probeert de boel te sussen. Ook dat was een belangrijk hoofdstuk tijdens de cursus. Je wilt geen herrie in de tent. De man begint te blozen. Sommige vrouwen lopen zonder spullen hoofdschuddend de winkel uit. De rust keert weer. Ik reken af en blijf verbijsterd staan. Buiten besef ik dat ik nog steeds niet weet wat een ‘ssschorrrl’ is.

JAAP VAN DEURZEN