Ik kom maar weer eens uit de kast: Ik ben een ‘weetjes-man’. Sorry. Ik kan talloze quasiwetenschappelijke platitudes op de meest ongelegen momenten zómaar uit m’n mouw schudden. Sommige mannen sparen sigarenbandjes, postzegels of legosteentjes, ik grossier in aforismen en weetjes. Het zij zo. Voor de rest deug ik wel. Ik heb blijkbaar een onweerstaanbare drang om mensen met mijn ‘kennis’ te verrijken. Soms voel ik me een wandelende encyclopedie, hoewel ik er qua inhoud ook wel eens faliekant naast kan zitten. Ik presenteer de weetjes wel met de stelligheid van een dominee uit Staphorst. Ik word zelden gecorrigeerd. Dat is ook een gave. De vraag is natuurlijk: Waarom doe ik dat? Misschien is het een kinderlijk verlangen om indruk te maken. “Goed zo, Japie!” hoor ik de echo van juf B. op de kleuterschool. 

Soms komen de volstrekt overbodige spitsvondigheden wel goed van pas. Ze vullen de pijnlijke stiltes op die vallen tijdens conversaties. Denk aan een verjaardag. De visite zit braaf in een kringetje en hapt in een gortdroge cake. Die zandhap wordt weggespoeld met slappe, lauwe koffie. Ome Frits verklapt voor de zesde keer dat het weer die dag écht tegenviel. Het gezelschap knikt en zwijgt en zou het liefst op de knieën over de kinderkopjes naar huis kruipen. Fluks gooi ik een reddingsboei in de groep en zeg: “Wisten jullie dat honing nooit bederft als je het goed bewaart? Er bestaan zelfs potjes uit de tijd van de farao’s.” “Ja, ammehoela, dat kan helemaal niet!” gilt tante Thea, want die is niet op haar mondje gevallen. Bingo! De vastgelopen motor komt weer pruttelend op gang. Strooien met weetjes is dus niet áltijd bedoeld om interessant te doen, het is ook een manier van overleven. En het is ook veilig. Want tijdens de koffie bekennen dat je relatie op de klippen loopt en dat je virtueel failliet bent, is een stuk moeilijker.

U zit te tandhakken om nóg een voorbeeld te horen, hè? Ik wist het. Komt ie. Onlangs zit ik met mijn roeimaten in een bistro in Weesp en vraag tussen neus en lippen door: “Weten jullie eigenlijk waar dat woord ‘bistro’ vandaan komt?” Ik kijk met opgetrokken wenkbrauwen olijk om me heen. Ik zie aan hun blikken dat ze dit werkelijk geen flikker interesseert, maar ik ga dapper door: “Dat woord stamt uit 1812. Dus rond Napoleons’ ondergang,” blèr ik monter. Naast me zit H. schaamteloos een schnitzel te vermalen en zegt al kauwend: “O?Ik gil half in paniek: “Ho, ho, ik ben nog niet klaar, de clou moet nog komen. Luistert! Napoleon werd verslagen door een coalitie van Russen, Pruisen, Oostenrijkers en Kozakken. Vervolgens werd hij met een enkeltje op het pontje naar Elba gezet. Toedeloe! De Kozakken trokken daarna feestend door de straten en vraten en zopen zich in de lokale restaurants helemaal vol. Als de bediening niet snel genoeg was schreeuwden ze: “Snel, snel! Op z’n Russisch is dat: Bistro! Bistro! Dat woord bleef hangen en werd de bijnaam van al die plekken waar je snel iets goeds kon eten. Leuk hè?” Iedereen staart me glazig aan. “Heb jij je medicijnen wel ingenomen, Jaap?” vraagt een leperd lachend en gaat smakelijk verder met smakken. Sommige ouwe apen kun je niks meer wijsmaken.

Waar gaat dit opstel in vredesnaam over? vraagt u zich misschien af. Ik kom erop omdat ik als RTL-verslaggever wel eens op pad ben gestuurd om op straat de kennis te peilen over de herkomst van het paasfeest. Dat leverde juweeltjes van quotes op, zeker onder jongeren. Ik weet nog dat ik op een beeldschone, blonde bakvis afstapte met de vraag of zij wist wat het verhaal achter Pasen was. Zonder blikken of blozen zei ze: “Ja, dat ging over Lazarus. Die had zich doodgedronken. Maar hij werd daarna door god weer tot leven gewekt. Het bleek dat hij gewoon een aardige man was. Uit dankbaarheid heeft hij toen paashazen voor de kinderen in zijn Bijbeldorp gemaakt….” 

“Briljant geantwoord!” brul ik en loop snikkend van het lachen verder. Ik heb een citaat in de buitencategorie gescoord. Ik heb haar quote alleen nooit gebruikt. Dat kon ik het kind niet aandoen. Ze was er zo van overtuigd dat haar antwoord goed was. De lieverd zou er haar leven lang last van hebben gehad. Maar wat een pareltje. Anderhalve maand later stond ik met Pinksteren weer op straat en kreeg ik nog onzinniger antwoorden. De oorsprong van dat feestje is helemaal in nevelen gehuld.

Bijbelkennis is simpelweg aan het verdwijnen. Big Tech verkondigt tegenwoordig het nieuwe evangelie. Als overtuigd atheïst zal ik er geen traan om laten, maar toch vind ik het jammer. Want in die allergrootste bestselller ooit las ik wel ontzettend veel interessante zaken over geschiedenis, kunst en cultuur. Wist u overigens dat Pinksteren…

JAAP VAN DEURZEN