“Put your sweet lips a little closer to the phone….”
zingt R. met gesloten ogen na de tranen trekkend mooie inleiding van G. op de mondharmonica. Drie gitaristen haken in, P. de bassist, R. de gitaarvirtuoos die de solo’s speelt en ik, zei de gek, op slaggitaar. Box-drummer H. sluit een volgende keer aan. Zes mannen die elkaar toevallig tegenkomen en in wisselende samenstellingen met elkaar spelen. Muziek maken blijft toch het allermooiste dat er is.
“The Times They Are A-Changin'”
Mijn hart breekt als ik lees dat er steeds minder jongeren een muziekinstrument bespelen. Onder het motto “Elk kind een muziekles’ zijn er in dit stinkend rijke landje zelfs acties om geld in te zamelen om kinderen te laten musiceren. Wat een armoe. Luister goed beste opvoeders: Ruk die vervloekte tablets uit de handen van uw kroost, koop een trekzak, triangel of gitaar en laat ze muziek maken! NU! Want jong geleerd is oud gedaan! Zo die zit!
Ik zal zelf de dag nooit meer vergeten. Ik ben zeven jaar oud als mijn moeder uit het niets vraagt welk instrument ik wil leren spelen. Mijn broer kiest voor de accordeon en ik voor de gitaar, want ik wil Elvis worden. Elke week toer ik met lijn twee in Rotterdam-Zuid naar gitaarles. Daar voltrekt zich een wonder. Ik zet de ringvinger van mijn linkerhand in vakje drie op de onderste E-snaar. Een simpel G-akkoord wordt geboren. Mijn linker wijsvinger knal ik in vakje één op de B-snaar. De C ziet zonder tangverlossing het licht. Met de moed der wanhoop krul ik drie vingers in een D7 en een nieuwe wereld gaat voor mij open. Ik beheers nu drie akkoorden en kan in principe zo’n beetje het halve wereldrepertoire van populaire liedjes spelen. Met mijn prepuberale, kristalheldere stem zing ik mijn eerste klassieker: ‘Tom Dooley’. De mond van mijn gitaarlerares valt wagenwijd open. Ze haalt de buren erbij. Applaus volgt. A star is born.
“Alberta Alberta..”
Mijn muzikale maten hebben een vergelijkbaar verhaal. Door hun rimpels en grijze lokken heen zie ik nog steeds de pubers van toen. Net als ik, ontsnappen zij uit de klamme klauwen van de jaren vijftig. Ze laten het haar tot op hun schouders groeien en verzetten zich tegen de oudere generatie. De seksuele revolutie begint in de jaren zestig. Alle helpers weg. Onze delta gaat massaal van bil. Er is een explosie van muzikale creativiteit. De hippies slingeren achteloos een gitaar over hun schouder. Een mondharmonica puilt uit de achterzak. Ze schuiven aan bij elk kampvuur en worden geadoreerd door bh-loze meisjes met pikzwart okselhaar.
“And the answer is blowing in the wind..”
En dan muteren we tot echtgenoten, vaders en vakmannen. De één is bakker, de ander docent, hoofdredacteur, stadsplanner, fysiotherapeut of verslaggever. Maar één ding hebben we gemeen, de onvoorwaardelijke liefde voor muziek. Nostalgie is troef. We hebben een zwak voor de klassiekers uit de tijd van de artistieke subcultuur Flowerpower. We schrijven eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Het is een experimentele periode met psychedelische muziek van The Beatles, The Birds en The Doors en iconen als Neil Young en Eric Clapton. De geur van wiet hangt zwaar in de lucht. De vrije liefde wordt mateloos bedreven.
‘Some men claimed they got more ass than a toilet seat,’ rochelt zanger Tom Waits op zijn onovertroffen meesterwerk: Nighthawks at The Diner.
(Vrij vertaald betekent dat zoiets als: Sommige mannen beweerden meer blote damesbillen te hebben gezien dan een wc-bril.) Boeien! Sommige vrijbuiters trekken met een grijpstuiver op zak liftend door Europa en reizen via de Hippie Trail naar India. Die route loopt over de onbeschrijfelijk mooie Khyberpas tussen Pakistan en Afghanistan.
“I’m just a poor boy..”
In Afghanistan is koning Zahir Shah aan de macht. Kaboel is op dat moment een westers ogende stad. Afghaanse vrouwen lopen prachtig opgemaakt in minirokjes en op hoge hakken over straat. Totdat het land wordt terug gebombardeerd naar de middeleeuwen. De sharia, de wet van God, wordt ingevoerd. In hun blauwe burka’s veranderen vrouwen tot schichtige schimmen. Muziek maken of beluisteren wordt verboden. De taliban beschouwen het als anti-islamitisch. Het zou de samenleving vernietigen en de jeugd misleiden. Muziekinstrumenten belanden op de brandstapel. Er mag gezóngen worden maar dan alleen ter ere van god.
“And the father, son and holy ghost they took the last train to the coast, the day the music died..”
Deze week was het Bevrijdingsdag en ik besefte dat ik in een gezegend landje woon waar ik mijn eigen keuzes kan maken. Zoals bijvoorbeeld met vijf mannen aan een keukentafel zitten om gitaar te spelen, uitbundig te zingen en bier te drinken. De lol spat er elke keer weer vanaf.
Lieve ouders, duw als de sodemieter uw kinderen een instrument in hun fikken en gun ze de lol van het musiceren. Want dat is goed voor het brein. Het verbindt, emotioneert en troost! De vrijheid om muziek te maken is simpelweg een gigantisch groot voorrecht en een feestje!
JAAP VAN DEURZEN