Persbericht
Doorn – Tijdens de Nationale Brandwondendag op 26 september 2026, heeft verslaggever Jaap van Deurzen de allereerste penning geslagen voor de Nederlandse Brandwonden Stichting. De penning, gemaakt door de Koninklijke Nederlandse Munt, is gemaakt om meer aandacht te vragen voor het werk van de stichting!
Driewerf hoezee! U hoort het geluid van schallende trompetten! Tatatata! De weledele heer, zijne excellentie Jacobus van Deurzen, ambassadeur van de Nederlandse Brandwonden Stichting, heeft geschiedenis geschreven. Want dit is nog nooit gebeurd!!
Pff! Rustig aan, jochie, zo kan ie wel weer! Soms word ik zó moe van mezelf. ‘Wij ook, arrogant kwalletje’, hoor ik u zeggen. Sorry! Maar er zijn van die momenten in je leven die je nooit meer vergeet; zoals de geboorte van je kinderen, je eerste wip, je eerste wap, etc. Het slaan van deze penning is ook zo’n hoogtepunt. Ik voel me een aap met zeven… oorlellen.
Brandwonden… breek me de bek niet open. Ik kan er als oud-crisisverslaggever over meepraten. Ik weet welke impact die wonden kunnen hebben. Niet alleen voor het slachtoffer maar ook voor de naaste familie. Ik maakte het zelf ooit van dichtbij mee.
Ik zie mijn zusje Roos nog kristalhelder voor me op die bewuste avond in december 1969. Rond half elf kom ik thuis. Roos staat bovenaan de trap. Haar wanhoopskreet gaat door merg en been: “Japie, ik ben verbrand!” Ik weet niet wat ik zie. Haar lieve hoofdje heeft de grootte van een flinke pompoen gekregen. Haar opgeblazen gezicht is veranderd in één grote, bijna doorzichtige, brandblaar. De met gaas omzwachtelde armen staan stijf en onbuigzaam naar voren. Het lijkt alsof ze me wil omhelzen, maar dat is onmogelijk. Ik barst in tranen uit.
Roos heeft die avond sinterklaas gevierd in haar jeugdhonk. Zij krijgt een mijter van crêpepapier op haar hoofd gedrukt. Een balorig buurjongetje houdt een brandend sterretje tegen de geïmproviseerde bisschopshoed. Binnen een mum van tijd staan de lange haren van Roos in brand. De aanwezige clubleidster reageert hysterisch en gaat hollend op zoek naar hulp. Mijn zusje rent als een fikkende fakkel achter haar aan. Pas na een eeuwigheid dooft iemand het vuur. Roos heeft ernstige tweede -en derdegraadsbrandwonden. Niemand belt een ziekenwagen.
Mijn moeder rijdt haar achter op de brommer naar het Zuiderziekenhuis. De verpleegster is niet blij, want ze staat op het punt om naar huis te gaan. Ze smeert een brandzalfje op de wonden en stuurt haar op de brommer terug naar huis. Het is een grof schandaal. ‘s Nachts beginnen haar wonden te infecteren. Roos zal voor de rest van haar leven verminkt blijven aan haar hals en gezicht.
Na het slaan van de penning kijk ik met glazige ogen naar boven. Ik zoek de wolk op waar Roos waarschijnlijk een frikandel-speciaal zit te eten met extra mayo. In de hemel is alles mogelijk. “Goed gedaan, Japie,” hoor ik haar zeggen. Roos was niet echt voor het geluk geboren en stierf in 2013 aan uitgezaaide borstkanker.
Nog even terug naar 1969. Brandwondencentra zijn er dan nog niet. In Beverwijk lopen wel experts rond die zijn gespecialiseerd in de behandeling van brandwonden. Er vallen namelijk relatief veel slachtoffers in de fabrieken van de Hoogovens in IJmuiden. Roos wordt meerdere keren geopereerd door een chirurg van het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. Stukjes huid worden van haar dijbenen en billen gehaald en op de wonden aangebracht. De onderkant van haar gezicht verandert in een mozaïek van stijve lapjes huid die allemaal een andere kleur hebben.
“U staart naar de verbrande lapjeskat uit Rotterdam-Zuid, mevrouw” roept Roos cynisch, als mensen haar schaamteloos aan blijven staren. Gevoel voor humor brand je nu eenmaal niet weg. Mijn zusje weigert om maskerende make-up op haar gezicht te smeren. Haar lijfspreuk is: “What you see, is what you get!” Wat een prachtig mens.
De behandeling van brandwonden is inmiddels stukken beter geworden. Er wordt nu keihard gewerkt aan de ontwikkeling van kweekhuid. “We halen cellen uit de huid van het slachtoffer. Die kweken we op in bakjes. De cellen plaatsen we weer terug op een kunsthuid van collageen. Die huid blijkt veel plooibaarder te zijn dan na een normaal transplantaat. Natuurlijk zal iedereen met ernstige brandwonden met littekens moeten leven, maar we proberen ze wel beter te maken,” zegt hoofdanalist Marcel Vlig.
De Nederlandse Brandwonden Stichting bestaat nu 55 jaar. Voor de Koninklijke Nederlandse Munt was het aanleiding om dit jaar voor dit goede doel te kiezen. De penning is vierkant en heeft de afmeting van een stukje huid dat nodig is om kweekhuid te ontwikkelen. Hij kost 15 euro. Een deel van de opbrengst gaat naar de Nederlandse Brandwonden Stichting. Denkend aan Roos en alle andere brandslachtoffers hoop ik dat u hem massaal gaat kopen. Uwe ‘excellentie’ Jacobus I, zal u er eeuwig dankbaar voor zijn.
JAAP VAN DEURZEN
Koninklijke Nederlandse Munt (www.knm.nl)
