‘Je bent zo oud als je ruggengraat,’ beweren de Japanners. Onze gele vrinden kunnen het weten, want die hebben blijkbaar een ‘graatje’ van schokbeton. Japanners hebben de hoogste levensverwachting ter wereld. In 2025 waren er 99.763 honderdjarigen in het land van de rijzende zon. Sommigen klauteren op hoge leeftijd nog als een springbok tegen de berg op. Ze worden zo oud omdat ze volgens experts vrijwel geen rood vlees eten, maar wel héél veel vis en plantaardige voedingsmiddelen. Echte vetzakken heb ik daar inderdaad niet veel gezien. In onze delta dartelt ongeveer 12% van de mannen en 17% van de vrouwen met ernstig overgewicht in de wei. Ik ben er één van.
Terug naar zin 1:
Afgelopen week is mijn ruggengraat 174 jaar oud. Ik strompel als een seniel mannetje door het pand. Ik heb last van een acute jichtaanval. Het is een aandoening die ik altijd heb beschouwd als een ‘oude mannenziekte.’ Het lijkt alsof ik in een wildklem ben gestapt. Mijn rechtervoet is vuurrood en voelt aan alsof er van alle kanten breinaalden in worden gestoken. Ik begrijp er niks van, want ik ben zo fit als een bronstig edelhert.
Jicht werd in de oudheid gezien als een ziekte van de rijken. De elite vrat zich vet en rond aan rood vlees. De runderkarkassen werden weggespoeld met sloten rode wijn. Een te hoge concentratie urinezuur belandde in het bloed en uiteindelijk in de voet en zorgde voor jicht. Hoe ík het als overtuigde pescotariër heb opgelopen is mij een raadsel. De pijntranen stromen over mijn wangen. Blond verandert ter plekke in Florence Nightingale. Ze brengt me naar het lazaret in Hilversum. Daar worden zes buizen bloed uit mijn corpus getapt. De diagnose: Acute jicht. Er wordt een medicijn voorgeschreven waarmee je een witte neushoorn om kunt leggen. “Ja, het is een beetje een paardenmiddel maar het werkt wel,” zegt een jonge arts gnuivend.
Slapen is bijna onmogelijk. Het dekbed ligt als een ijzeren plaat op mijn voet. Van lieverlee sukkel ik toch in slaap. Ik begin te dromen over afgetakelde ouden van dagen. Ik ben beland in zorgcentrum Cleijenborch in het Zeeuwse dorp Colijnsplaat. Daar heeft zich een tragedie afgespeeld waar ik vaag iets over heb gelezen. De gedetineerde senioren krijgen daar geen appelmoes meer bij het eten. Het opperhoofd van de instelling heeft besloten dat gezoete moes ongezond is. De kuipjes gaan in de ban. Het is een win-winsituatie want dat scheelt een hoop plastic afval.
De Provinciale Zeeuwse Courant heeft een primeur. Appelmoes-gate is een feit. De lokale Jeanne d’Arc springt op de barricade. Het is Rian Krijger. (What’s in a name?) De strijdbare Amazone, wiens ‘bonus-oma’ van 101 in Cleijenborch gevangen zit, zet de ‘Actie Appelmoes’ op touw. Illegale potjes moes worden door bezorgde burgers met donkere zonnebrillen clandestien aangevoerd. Rianne belooft dat zij de potten, desnoods met gevaar voor eigen leven, bij de verslaafden zal afleveren.
“Mijn bonus-oma” is 101 geworden met appelmoes!” brult ze tegen de krant. “Kom daar niet aan! Oma is er gek op. Ze houdt niet van vlees of groenten, die schuift ze opzij. Ze eet alleen puree en appelmoes. Vindt ze heerlijk!”
Wat een drama! Ik begin tijdens de nachtmerrie te simpen. Mijn kussen is kletsnat. De Zeeuwse opstand breidt zich uit. Hooivorken worden uit het vet gehaald. Bij de SPAR leggen anonieme donoren potjes moes in de mand van ‘Actie Appelmoes’. “Het is toch van de zotte,” tiert mevrouw Van den Dries tegen de courant, “wij hebben hier wel twintig soorten. Met suiker, zonder suiker. De mensen nemen er hun medicijnen mee in. En dan zouden ze je dat afpakken in de laatste fase van je leven!”
Verslaggevers krijgen geen toestemming om met de slachtoffers te spreken. De keuken in het bejaardencomplex is veranderd in een bunker. De chef-kok heeft zich met een vleesbijl achter het fornuis verschanst. Hij heeft gezworen om het hoofd van iedere indringer tot moes te slaan. Boven Colijnsplaat is het onheilspellende geluid van een drone te horen. Ergens piept een deur…De telelens van een pientere paparazzo wordt voorzichtig door de deuropening geschoven. De moddervette kok springt op als een Japanse ninja. Hij zwaait vervaarlijk met zijn vleesbijl en slaakt een snerpende gil…
Badend in het zweet word ik schreeuwend wakker. Mijn ontstoken teen klopt als een defecte dieselmotor in een ouwe sleepboot. Blond schrikt zich te pletter en begint te gillen. Het loopt uiteindelijk allemaal met een sisser af. Het medicijn slaat aan. De zwelling neemt af. Blond en ik doen weer fris en fruitig ons dagelijkse dansje.
In Zeeland wordt de ‘Vrede van Colijnsplaat’ getekend. De instelling gaat met vrijwilligers aan de slag om zelf moes te maken. Uit solidariteit met de zoete besjes besluiten we om kapucijners met rauwe ui te eten, mét zelfgemaakte appelmoes! En we leefden allemaal nog lang en gelukkig…
JAAP VAN DEURZEN