Jaap van Deurzen

SPREKER /  MEDIATRAINER /  DAGVOORZITTER.

MOPPEN & TAPPEN

apr 28, 2024

‘Een kardinaal en een bisschop drinken in een kroeg tegenover een bordeel een borrel. Ze zien een joodse rabbijn het huis van plezier binnengaan en zeggen tegen elkaar: ‘Hoe triest om iemand van het geloof zo van het rechte pad af te zien gaan.’ Even later stapt een imam het bordeel in. ‘Hoe triest! Ook onze moslimvrienden vallen voor de vleselijke bekoring.’ De volgende bezoeker blijkt een hooggeplaatste katholieke collega te zijn: ‘Ach, hoe spijtig. Eén van die meisjes zal vast op sterven liggen.’

Drie religieuze vertegenwoordigers, al eeuwenlang verantwoordelijk voor 

’s werelds grootste gruwelen en hypocrisie, vervat in één enkele bak. Waar zijn ze gebleven? De moppen dus, niet de bepotelende geestelijken, die buiten hun ‘broekie’ gaan. Die zijn er genoeg. Wijlen Fons Jansen, een streng opgevoede katholieke cabaretier, neemt jarenlang de kerk verdienstelijk in de maling:

‘Achter in de kerk staat een bus……

Die vertrekt morgen naar Kevelaer.’

Het is nog vóór de tijd van de grote schandalen rond kindermisbruik in de katholieke kerk. Jansen noemt zichzelf ‘een agnost met een religieus vermoeden’ en schrijft: ‘Geloven is erop vertrouwen dat datgene wat je hoopt waar is.’ 

Het is te lezen in het boekje: ‘Kom op, tap weer eens een mop’, van journalist Theo Jongedijk. Verslaggevers schrijven vaak over misstanden, ellende en dood. Maar op een dag is Jongedijk het even zat en besluit om een flinterdun moppenboekje samen te stellen. Want wie vertelt er vandaag de dag nog een mop? Misschien heeft het te maken met onze dominante beeldcultuur. Tegenwoordig lachen we vaker om filmpjes en foto’s dan om moppen.

In mijn vroege pubertijd ben ik bij tijd en wijle een verlegen, sneue snoeshaan zonder verhaal. Ik koop een moppenboekje en leer de grappen uit mijn hoofd. Opeens schud ik elke dag terloops een trits moppen uit mijn mouw. Meisjes hangen aan mijn lippen. Ik ben gelijk het mannetje en acteer alsof ik de grappen zelf verzonnen heb. Vooral de korte ‘bak’ is mijn specialiteit:

‘Er gaat een vis naar de dokter. De arts stelt na een seconde de diagnose. Ik zie het al, uit de kom.’

‘Welke vrucht gaat graag op wintersport? De skiwi.’

De absurde woordgrappen zijn natuurlijk geen dijenkletsers, maar ik strooi ze als pepernoten in een of andere hoek Er is altijd wel een stakker die de lachspier in beweging krijgt. 

(De musculus risorius of lachspier is een dunne gelaatsspier, die ontspringt in de fascie van de oorspeekselklier (fascia paradotica) waarna hij in voorwaartse richting de modiolus anguli oris van de mondhoek bereikt)

Natuurlijk is het fenomeen van de verdwijnende mop onderzocht. In 2006 heeft 80% van de middelbare scholieren nog een grap paraat. In 2013 is dat percentage gezakt naar 40%. Terwijl we toch graag samen lachen, want dat is gezond, het ontspant de spieren, brengt het niveau van stresshormonen naar beneden en verhoogt de aanmaak van het prethormoon endorfine. Humor is ook een sociaal bindmiddel. Als het vaker zou worden voorgeschreven door artsen zouden farmaceutische bedrijven wel in kunnen pakken.  

‘Sinterklaas wordt in Spanje opgepakt. De goedheiligman wordt verdacht van fraude. Hij zou zwarte Pieten hebben witgewassen.’

Met deze gebbetjes moet je overigens wel oppassen, voor je het weet vliegt er een steen door je ruit. Dan toch maar liever een onschuldig grapje, zoals deze:

‘Vannacht belde mijn buurman. Het was half drie. Midden in de nacht dus, stel je voor. Wat een achterlijke gladiool. Hij had geluk dat ik nog aan drummen was.’

Wetenschapper Richard Wiseman van de universiteit van Hertfordshire onderzocht wat de grappigste mop ter wereld is. Ruim 1,5 miljoen mensen vonden, uit de 40.000 internationale inzendingen, de volgende anekdote het grappigst: 

‘Twee jagers zijn in het bos als één van hen in elkaar zakt. Hij lijkt niet meer te ademen en heeft een wezenloze blik in zijn ogen. Zijn maat belt snel 112 en zegt: ‘Mijn vriend is dood. Wat kan ik doen?’ 

De telefonist antwoordt: ‘Rustig aan, ik kan u helpen. Weet u zeker dat hij dood is? Er valt even een stilte en dan klinkt er een geweerschot. De man komt terug aan de telefoon en zegt: ‘Oké, wat nu?”

Wiseman legt uit waarom deze mop zo goed is. ‘Deze grap geeft mensen een goed gevoel. Er is namelijk iemand die nóg iets dommers doet dan jij.’ 

Volgens de wetenschapper houden mannen het meest van agressieve humor, terwijl vrouwen een voorkeur hebben voor de woordgrappen.

Ik test het gelijk uit op vrouwlief Blond en zeg:

“Waarom krijgt een dom blondje maar vijf minuten pauze?

 Anders moet ze opnieuw worden ingewerkt!”

Ze kijkt me vernietigend aan en werpt het laatste, papierdunne porseleinen kopje uit de erfenis van tante R. in mijn richting. Op een haar na scheert het projectiel langs mijn schedel een spat tegen de muur in scherven uiteen.

Pas dan lacht ze en zegt ze voor de zoveelste keer: “Ik heb het toch nooit mooi gevonden. Dat lucht op, zeg. Zullen we dan maar een borrel doen, ouwe moppentapper?!”

JAAP VAN DEURZEN