Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Henk, Robbie en de rest gaan het bestuur van ons kikkerlandje overnemen. Wim-Lex mag het bordes binnenkort weer schoon schrobben. In dit tempo van kabinetswisselingen is dat vragen om een hernia. Maar eerlijk is eerlijk, je hoort de koning niet klagen.
De aftiteling van de film ‘Slappe Hap’ rolt bijna over het scherm. Het was een experimentele tragikomedie onder regie van Dicky Schoof. Zijn regering leek op een Ikea-meubel zonder handleiding. Ik weet uit eigen ervaring wat dat betekent. Ik kocht ooit zo’n Zweeds UTÅKER stapelbed voor mijn twee jongens, zonder gebruiksinstructie. “Dat wijst zich vanzelf, meneer,” beweerde een Ikea-Pipo. Het houten onding eindigde als een wankele stelling voor verfpotten achter in de tuin. Erop slapen was levensgevaarlijk.
Oud-spion Schoof liet de hele kabinetsperiode zijn oren hangen naar vier partijleiders met gigantische ego’s. Dat is vragen om problemen. De sympathieke ambtenaar werd kapitein op het spookschip ‘De Vleugellamme Hollander’ en zwalkte stuurloos op de woelige baren. De ministers aan boord konden elkaars bloed wel zuipen. Niemand ‘bouwde bruggen’. Niemand sprong over de eigen schaduw. Niemand nam besluiten. Het is allemaal oud nieuws. Een groot deel van de Kamerleden en ministers is inmiddels met wachtgeld op de never comeback line gestapt.
Dicky mag zelf plaatsnemen achter de geraniums. De hardloper is een doodloper maar heeft wel een goeie conditie. Hij leeft waarschijnlijk nog lang en gelukkig met zijn lieve Loesje. De psychologe zette hem in 2024 op een dwaalspoor. “Moet ik in het diepe springen, schat, of niet?” soebatte hij. “Doe maar, Dick-pikkie van me!” lispelde Loesje ietwat wulps. De rest is geschiedenis.
We moeten dóóórrrrr…Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Het kwartetten kan beginnen. Want zo gaat dat met een minderheidskabinet. Het is elke dag shoppen om aan een meerderheid te komen. Dat spelletje speelt zich af in achterkamertjes en gaat ongeveer zo: “Mag ik van jou de stikstof, dan krijgt jij van mij de ‘medisch-ethische kwesties.’ Bizar genoeg spelen die thema’s anno 2026 nog steeds een rol. Neem het gehannes rond euthanasie. Dat is écht een gebed zonder einde.
“We willen het aantal euthanasiegevallen laten dalen door betere voorlichting over natuurlijk sterven en door sterke, toegankelijke palliatieve- en hospicezorg,” schrijft de ChristenUnie onder het motto: Gij zult niet doden.
De bebrilde akela van die partij zal haar Bijbelse boodschap waar mogelijk door onze strot blijven duwen. We hebben het dan niet eens gehad over de potsierlijke wensen van de mannenbroeders uit de biblebelt. De orthodoxe christenen zullen hun stem voor veel zilverlingen verkopen. Zeker als het op euthanasie aankomt.
Opeens zie ik het lieve gezicht van Marie van Noord voor me. We schrijven maart 1993. Ze zit in een witte onderjurk aan haar keukentafel in het Drentse dorp Rolde en schrijft geschiedenis. Haar brillenglazen zijn beslagen. Soms schiet ze vol. Marie is 65 jaar oud en ongeneeslijk ziek. Ze is in hongerstaking gegaan. Ze kiest voor die gruwelijke dood omdat haar huisarts weigert om euthanasie uit te voeren. Er zou volgens de arts geen sprake zijn van onaanvaardbaar lijden. Wie bepaalt dat in Godsnaam? Jezelf doodhongeren om euthanasie af te dwingen is in die tijd ongehoord.
Journalisten en fotografen uit Duitsland, Frankrijk en België staan in rotten van vier voor haar deur en willen tekst en uitleg. Ik ben als verslaggever van het RTL Nieuws nog kletsnat achter m’n oren. Ook voor mij is dit nieuw. Hoe ondervraag je iemand die niets liever wil dan de klamme omhelzing van Magere Hein? Ik voel me een voyeur die meelift op het leed van deze doodzieke vrouw. Ik vertel haar dat ze op m’n demente oma lijkt en dat ik het moeilijk vind om haar intieme vragen te stellen. Marie kijkt me lief aan en aait me nog net niet over m’n bol. “Je mag me alles vragen, lieverd,” zegt ze. Ik zal het nooit meer vergeten want ik schiet gelijk vol. De tranen biggelen over mijn wangen. “Neem een slokje thee, ” zegt ze lief. Ze lijkt zich meer te bekommeren om mij dan om zichzelf.
Haar verhaal is helder, ze lijdt aan een terminale ziekte en heeft veel pijn. Nuchter als een lege maag zegt ze droog: “Ik ben het zat. Ik kan me natuurlijk wel ophangen, maar dat vind ik een beetje cru voor de kinderen.” Haar partner is twee jaar eerder gestorven. Ze is daarna anderhalf jaar bezig geweest om een ‘zachte dood’ te organiseren en is ten einde raad. Marie wijst naar het mediacircus om zich heen en zegt: “Maar dit had ik écht niet verwacht.”
Het NOS-Journaal zendt die avond het onderwerp niet uit. De hoofdredacteur zegt: “De nieuwswaarde was groot, maar het gaat hier om een individueel geval. Die vrouw wilde met haar actie de media manipuleren en is daar zeer goed in geslaagd.” Zó goed, dat huisarts Andries Postma uit Noordwolde haar wél wil helpen om te sterven. Marie zou voldoen aan alle criteria. Wat een held. Houden zo! Eind goed, al goed.
JAAP VAN DEURZEN