SCÈNES UIT EEN HUWELIJK NR.16

Vrouwlief Blond heeft weer eens een bevlieging. Ze heeft de lol van het dansen opnieuw ontdekt. Dat was áltijd al haar grote passie maar na het zien van het programma ‘Project Dans’ is ze niet meer te stuiten. Dagelijks zwiert ze met ingebeelde partners door de woonkamer. De godganse dag staat de radio aan. Telkens hoor ik van die ijle gilletjes als de eerste drie maten van een exotisch Zuid-Amerikaans nummer klinken. Zodra de muziek begint laat ze alles uit haar fikken flikkeren en jubelt bijvoorbeeld: “Een chachacha, leuk! Kom hier boer Biet, zelfs jíj́ kan dit. Ik zal het even voordoen. Ik word duizelig als ik naar haar kijk. Ik zie ‘crossing backwards -en locksteps’ en kan wel huilen. 

Maar ik blijf een dienstbaar watje. Dus daar gaan we weer. Ik word in een stevige houdgreep genomen. Al struikelend slingert Blond me als een stijve paspop door het pand. Dat ik nog nooit iets gebroken heb is een godswonder. Wat stijldansen betreft ben ik motorisch gestoord. In tegenstelling tot haar heb ik nooit dansles gehad. Blond heeft van nature de samba in haar bloed. Ze loopt niet. Ze ‘swingt.’ Zelfs op hoge hakken.

Ooit was ze het lievelingetje van de dansleraar. Als een slappe ledenpop hing ze tegen die graftak aan. Ik kon hem wel kelen. Er hing een walm van reukwater om hem heen. Zijn donkere haren waren gepommadeerd. Ik heb haar wel eens met hem in actie gezien. Ik wist niet wat ik zag. Die lummel kon al dansend de gekste fratsen met haar uithalen. Zelfs als hij tijdens een tango theatraal tekeerging boog haar lichaam als een liaan met hem mee. Het paar leek een twee-eenheid. Sommige vrouwen keken met een mix van jaloezie en bewondering naar deze blonde ‘Dancing Queen’ uit Rotterdam-Zuid. 

Het is een wereld van verschil als je mij ziet stumperen. Ik ben blijkbaar ooit met klompen uit de baarmoeder gekropen. Verplichte danspassen beklijven niet in mijn brein. Zelfs een simpele klompendans is een ramp. En dat is toch een vertraagd volksdansje voor bejaarde zombies.

‘Slijpen’ is mijn favoriete dansvorm. Dat geschuur op een mooie ‘blues’ kan ik urenlang volhouden. Ik slijp nog net geen gat in het parket. ‘Rustig aan, dan breekt het lijntje niet’ is mijn motto. Gek genoeg kan ik wel redelijk ‘Rock-‘n-Rollen.’ Maar meer smaken heb ik niet. 

“Het maakt mij niet uit hoe goed of slecht je danst, áls je maar danst,” filosofeert Blond ’s avonds bij een stamppot boerenkool met rookworst. Het liefst zou ze me naar een dansschool sleuren om de choreografie van de salsa onder de knie te krijgen. “Jij bent heel muzikaal. Die passen leer jij zó. Dansen is heel goed voor de conditie. Het is ook belangrijk voor je balans. In jouw geval is dat helemaal wel handig, want je ligt constant op je snufferd.” Ze refereert aan de zoveelste duik die ik heb gemaakt met mijn racefiets. Ik knalde met mijn voorwiel tegen het hoge randje van een fietspad aan en lag op het asfalt sterren te tellen.

“Weet je, ik denk dat er veel minder ellende op de wereld zou zijn als mensen méér met elkaar zouden dansen” doceert Blond blij. Wat die pacificerende werking van de dans betreft heeft ze misschien wel een punt. Ik denk aan het Congres van Wenen in 1814. Daar kwamen koningen, keizers en admiraals bij elkaar om de machtsbalans in Europa weer te herstellen. Dat was nodig na Napoleons’ nederlaag bij Waterloo in 1815. De overwinnaars van de kleine korporaal wilden er snel met de buit vandoor gaan. Maar voor dat zover was werd er tijdens talloze dansgala’s heel wat afgekonkeld over wie wát waar zou krijgen. De romantische Weense wals, die in het begin werd verguisd vanwege de vermeende intimiteit, werd op het congres sociaal geaccepteerd.

Soms droom ik van zo’n nieuw ‘Dansend Congres’. Ik zie Poetin voor me die met de charmante vrouw van Zelensky door de ballroom zweeft. Mojtaba Khamenei pakt Bibi beet en geeft hem tijdens een Engelse wals een tongzoen. Trump swingt houterig op Bruce Springsteens’ hit: ‘Born In The USA’ en flirt met piepjonge ballerina’s. 

Overal duikt tussen de dansparen ons olijke oliemannetje Mark Rutte op. Hij speelt de rol van de geslepen staatsman Klemens Wenzel Lothar von Metternich. In achterkamertjes smeedt hij breed lachend mooie deals die de wereldvrede binnen handbereik brengen. 

Meestal onderbreekt Blond bruut mijn wensdroom en zegt iets in de trant van: “Jaap, word eens wakker, je ligt heel hard te lachen.” Uit die mooie droom ontwaken is altijd een teleurstelling. Want de wereldvrede lijkt verder weg dan ooit. Na de koffie trek ik weer bij en oefenen we de rumba. 

JAAP VAN DEURZEN