Weesp, 17.30 uur. De zon schijnt. Ik heb alle rekeningen betaald. We staan (nog) niet rood. Het bed is verschoond. Ik dek de tafel. (Maggi! Mijn god!) Onze Kamerleden zijn op vakantie. Ook Willy en Max zijn neergestreken in hun bescheiden optrekje in Griekenland. Tom Waits heeft net m’n favoriete nummer ‘Tom Traubert’s Blues’ (Waltzing Mathilde) in mijn koptelefoon gerocheld. Hij schreef het nummer in Kopenhagen na een dronken nacht met de Deense violiste Mathilde Bondo. Ik heb een zwak voor Denen en creatieve alcoholisten. Blond rammelt in de keuken met de pannen. Geluk is nog heel gewoon.
Opeens hoor ik het weer. Blond neuriet in de keuken haar vaste atonale liedje. Toen ik nog als razende reporter ronddoolde over de bol is me dat nooit echt opgevallen. Nu wel. Het is een soort drieklank die ik onmogelijk kan nabootsen. Het titelloze melodietje is volstrekt onharmonieus en klinkt áltijd hetzelfde. Vergelijk het met het gepiep van een pup die om Bonzo Brokken bedelt.
Op muzikaal vlak ben ik een allesvreter. Van Hazes tot Händel, en veel genres daar tussenin. Maar de atonale muziek van Arnold Schönberg heb ik nooit kunnen pruimen. Als ik zo’n twaalf-tonig muziekstuk hoor denk ik aan middeleeuwse martelwerktuigen. U voelt hem aankomen, hetzelfde sentiment brengt Blonds’ geneurie teweeg.
Ik móet weten waarom ze het doet. Ik bedenk eerst een list om haar aan het lachen te maken. Als een bejaarde spring-in-‘t-veld galoppeer ik haar keukenrijk in. Op mijn slippers maak ik een mislukte grand jeté, en sta erbij als een weggerend tuinhek. Poeslief brul ik: “Blond! Stop! Hoe heet het liedje dat je nu staat te neuriën?” Mijn wenkbrauwen zijn hoog opgetrokken. Ik ben in blijde verwachting van haar antwoord. Ik denk dat ze zoiets zal zeggen als: ‘Nun dämpft die Dämmerung.’ Dat is één van de Gurre-Lieder van Schönberg. Ik doe maar een gooi.
Maar Blond staart me stomverbaasd aan en zegt: “Zit je al aan de korenwijn, Nurejev? Als ik zo’n kunstknie had als jij zou ik het toch iets rustiger aan doen. Je maakt rare bokkensprongen, jongen. Je wilt weten welk liedje ik sta te neuriën? Tja, weet ik veel!” Ze draait een sliptong om in de sissende boter. Het kwartje valt. Blond neuriet onbewust! Ze heeft een afwijking, ik zoek het op!
Het fenomeen heet: Stimmen! Nooit van gehoord: ‘Het verwijst naar herhaalde, stereotiepe bewegingen of geluiden die mensen maken om zichzelf te kalmeren, te reguleren of te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld het fladderen met de handen, wiegen van het lichaam, draaien van voorwerpen of het maken van geluiden zoals klappen, sissen, zingen of neuriën zijn.’
Opeens denk ik aan mijn buurjongen die voor loodgieter leerde. Die mafkees blies de hele dag door lucht tussen zijn tanden tijdens het waterpomptangen. Zonder getuite lippen! Het geluid dat hij maakte hield het midden tussen vals gefluit en een gasfles die leegliep. Ik werd er gek van. Ik moet eerlijk toegeven dat ik moeite heb met repeterende geluidjes. Ik heb het hier al eens eerder gehad over misofonie. (Op een gegeven moment stond ik op het punt om Blond te kelen. Ze pelde toen tergend traag de krakende verpakking van een Twix af.) Maar goed, ik dwaal af. ‘Stimmen’ is wat anders.
‘Stimmen is een manier om jezelf te kalmeren in moeilijke situaties. De herhaaldelijke bewegingen of geluiden helpt overprikkeling voorkomen en helpt om zintuigelijke informatie te verwerken. De intensiteit en frequentie van stimming is bij iedereen anders. Maar in spannende situaties of stress wordt vaak meer stimgedrag gezien.’
Dat laatste kan ik volledig onderschrijven. Als jonge boender woonde ik in de Rotterdamse volkswijk Feyenoord naast een melkfabriek. Daar sloop ik geregeld met mijn partners in crime naar binnen. We pikten er literpakken chocoladevla uit de kratten en gingen ermee aan de haal. Soms kwam er zo’n beveiligingsgoochemerd met een knuppel achter ons aan. Eén van mijn maten scheet dan peuken van angst en uitte dat op een bizarre manier. Hij zwaaide wild met zijn armen en begon luidkeels te gillen van het lachen. Gelukkig was het een lange slungel die kon rennen als een gestreste antiloop, maar vanwege dat stomme geklapwiek lagen die pakken vla wel geëxplodeerd op straat.
Ik vraag me af waar Blond zo overprikkeld van raakt? Toch niet van het bakken van een paar sliptongen? Ze heeft altijd de grootste lol tijdens het kokkerellen. Zou dat zenuwslopende geluid misschien een teken zijn van genotzucht? Het vooruitzicht op alweer een heerlijke maaltijd voor manlief. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelden beter eet dan thuis. Het spreekwoord klopt écht: ‘Een kloeke kokkin is de kroon haars heren’.
Alleen dat vervloekte geneurie… Ik weet inmiddels dat het stopt als ik zélf muziek opzet. Er volgt dan nog maar één repeterend geluid. Het niet te ontkomen bevel: “Zet de Maggi even op tafel!”
JAAP VAN DEURZEN