Ik ga de ellende in Iran, Soedan, Oekraïne, Giethoorn, Gaza en Groenland heel even parkeren. Blond, mijn eindredacteur, slaakt een zucht van verlichting als ze deze openingszin leest. Ze begint spontaan aan een horlepiepje en keilt een bloemenvaas omver die op onze authentieke, houten betaaltafel staat. De wereld is een chaos. Die blonde gaat eerdaags aan Weltschmerz ten onder. Ze kan het niet meer opbrengen om het nieuws te volgen. Het is hoog tijd om op jacht te gaan naar positieve berichten. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.   

Vroeger kreeg je nog wel eens een postkaart in de bus met zo’n vrolijke aankondiging: ‘Samen met onze ouders geven wij met vreugde kennis van ons voorgenomen huwelijk.’ Ach gossie, dacht je dan. Frits en Thea gaan na achttien jaar verkering tóch trouwen. Met de zegen van paps en mams. Op elk doosje past een dekseltje. Waar zijn die trouwkaarten gebleven? Tegenwoordig ben je aangewezen op suikerzoete sites als Bruiloft.nl. Daar lachen gezandstraalde bruidjes in spe je met sneeuwwitte tandjes toe. De digitale pagina’s staan vol met kolderieke teksten: ‘Trouwjurk passen? Wie neem je mee?’ ‘Op zoek naar een trouwambtenaar?’ ‘Hoe duur is een bruiloft met honderd personen?’ 

Blond stelt zich in arren moede elk jaar weer tevreden met een nieuw seizoen van “Married at First Sight”. Maar daar word je ook niet vrolijk van. Van de 50 koppels die in de afgelopen tien seizoenen zijn getrouwd zijn er tot juli 2025 maar 6 bij elkaar gebleven. Van dat programma kan een roedel scheidingsadvocaten ruimschoots rondkomen. Mijn god, het zweet breekt me uit. Ik weet niet meer waar ik het moet zoeken. Als een malle blader ik door de couranten. ‘s Lands wakkerste ochtendblad biedt opeens soelaas met de kop: ‘Wie is ridder Rolly?’

Ja, wie is dat? Op de foto zie ik de minzaam glimlachende miljardair Rolly van Rappard. Hij heeft de uitstraling van een bedeesde boekhouder met chronische keelpijn. Als ik de foto van dichtbij bekijk, ruik ik opeens geld. Volgens het blad Quote zou de ridder, met de borstelige wenkbrauwen, goed zijn voor 1,9 miljard euro. In het rijtje van de allerrijksten in onze delta staat hij op plek 29 met stip. Hij is vernoemd naar zijn opa die dertig jaar lang burgemeester was van Gorinchem. Zijn oma maakte als hofdame dagelijks een warme kruik klaar voor koningin Juliana. Dat is dus een goed adellijk nest. Rolly heeft in een lichtzinnige bui besloten om 60 miljoen euro te schenken aan het Rijksmuseum. Het is de grootste gift ooit in de geschiedenis van het museum. Als dát geen goed nieuws is dan weet ik het ook niet meer.

Ik vraag me af hoe zoiets gaat. Aan de ontbijttafel zitten Rolly en zijn vrouw Françoise en hun drie kinderen: jonkvrouw Stephanie en de riddertweeling Teun en Florian. Rolly schraapt zijn keel en zegt terloops: “Ik ga zodadelijk even zestig miljoen euro overmaken aan het Rijksmuseum.” Florian verslikt zich in zijn havermelk met bessen. Hij sproeit Stephanie aan de andere kant van de tafel onder de smurrie. Teun knalt met zijn keukenstoel keihard achterover en kletst tegen de tegels. De jonkvrouw plukt met een vies gezicht een blauwe bes uit haar pruik. Françoise schiet haar dochter te hulp en begint zachtjes te schreien. De adellijke spruiten hebben net 60 miljoen euro van hun erfenis zien verdampen. Het geld zal onder andere worden besteed aan een openbare beeldentuin naast het Rijksmuseum. Straks zien we de schitterende sculpturen van Henry Moore en Alberto Giacometti in een nieuw Mokums jasje van graffiti. Of ben ik nou een azijnpisser? Nee hoor! Petje af voor ridder Van Rappard. Wie het breed heeft, laat het breed hangen. 

Dat zeggen sommige bewoners van Weesp binnenkort ook. Op de Vecht is daar de virtuele Zilvervloot binnengevaren. De maandelijkse SuperPostcodeprijs van 1 miljoen euro is gevallen op postcode 1382KN. Goed nieuws natuurlijk, maar het is verdomme wel 800 meter verwijderd van ónze postcode: 1381XZ. Hebben wij weer. Wil je Weesp een mooie beeldentuin schenken, grijp je naast de prijzen. “Ik zou zoveel geld niet eens willen hebben,” simt Blond schijnheilig. Bedroefd trekt ze om elf uur s’ ochtends de kurk uit een fles rode wijn. De vrolijk schnabbelende presentatrice Caroline Tensen komt de cheques overhandigen. Het begint gelijk te miezeren en ze kakelt ad rem: “Ik kom als het zonnetje in jullie leven, hoor!” Zeg dat wel. 

Een oud-collega van me wint 178.000 euro. Geluidsman Anthony, die al vijfentwintig jaar voor de Postcodeloterij werkt, denkt dat hij in de maling wordt genomen. Als ideale schoonzoon Winston Gerstanowitz hem een dag vóór de officiële bekendmaking het heugelijke nieuws komt brengen, denkt hij te zijn beland in een verborgen-camera-programma. Maar de goeierd heeft écht vier loten en wint een flinke zak pecunia en zegt gul tegen zijn collega’s: “Wat heerlijk! Wat willen jullie eten?” 

JAAP VAN DEURZEN